Pedagogische Studiën — Jrg. 97 (juli 2020) nr. 2

Wakkert etnische diversiteit op school het vuur van leerkrachten aan of dooft het dit uit?
A. Amitai, R. Vervaet, M. Van Houtte
De meeste studies tonen aan dat leerkrachten in etnisch diverse scholen hun job vaker als een stressor ervaren, hoewel andere studies tonen dat deze leerkrachten een hogere mate van welbevinden hebben. Deze studie onderzoekt wat de associatie is tussen etnische diversiteit op school en dimensies van burn-out bij leerkrachten, namelijk emotionele uitputting, depersonalisatie en persoonlijke onbekwaamheid. Er worden twee mogelijke hypothesen onderzocht. De eerste hypothese die onderzocht wordt, is dat leerkrachten in etnisch diverse scholen een verhoogde kans op burn-out hebben omdat ze de onderwijsbaarheid van leerlingen lager inschatten op deze scholen, wat gepaard gaat met minder goede leerling-leerkracht relaties. Een tweede hypothese onderzoekt of er net een lagere mate van burn-out in etnisch diverse scholen is bij leerkrachten omdat ze minder etnische vooroordelen hebben, wat leidt tot betere relaties met hun leerlingen. Aan de hand van een multilevel analyse onderzochten we scholendata van 635 leerkrachten in 45 secundaire scholen in Vlaanderen. De bevindingen tonen aan dat leerkrachten in scholen met een hoge mate van etnische diversiteit meer emotioneel uitgeput zijn omdat ze hun leerlingen als minder onderwijsbaar inschatten. Dit wijst op het belang van positieve percepties van leerlingen en voldoende ondersteuning van leerkrachten in cultureel responsief lesgeven.

Uitval van bevoegde leraren in het voortgezet onderwijs tijdens de inductiefase
T. Noordzij, W.J.C.M. Van der Grift
De uitval van leraren wordt als problematisch hoog gezien, waarbij uitvalpercentages tot 50% genoemd worden. Deze studie toont aan dat het probleem niet zo groot is als eerder is verondersteld. Eerder onderzoek rapporteerde meestal over een uitvalpercentage 5 jaar na de start van de carrière, waarbij een kwart of meer van de leraren uitvalt. Hiermee wordt echter genegeerd dat leraren ook na die 5 jaar uitvallen en sommige leraren hun bevoegdheid niet hebben wanneer ze beginnen als leraar. Met administratieve data uit loonadministraties van scholen in Nederland is een betrouwbare maat voor uitval van leraren geconstrueerd. Administratieve data uit diplomaregisters in het hoger onderwijs zijn gebruikt om vast te stellen of leraren een bevoegdheid hebben. Deze studie laat zien dat de uitval van beginnende leraren alleen in het eerste jaar hoog is. De uitvalpercentages na 1 jaar zijn ca. 12% rond 2000 en lopen op tot bijna 20% in recentere jaren. Dit lijkt relatief laag in vergelijking met andere landen. Na het eerste jaar blijft het percentage leraren dat uitvalt om andere redenen dan pensionering vrij stabiel op 3% tot 5% per jaar, wat het verschil in uitvalpercentage met eerder onderzoek verklaart. Het uitvalpercentage van bevoegde leraren is na een jaar ca. 9% en is constant over de tijd, versus de 12% tot 20% van alle beginnende leraren. Deze 9% uitval van bevoegde leraren is veel lager dan uit eerder onderzoek naar voren kwam.

Onderwijsvernieuwing als interpretatief onderhandelen Een studie van het M-decreet bij secundaire scholen
K. Vermeir, G. Kelchtermans
De implementatie van onderwijsvernieuwingen is een complex proces waarbij school- teamleden vernieuwingsoproepen interpreteren en vertalen naar hun eigen situatie. Op basis van een kwalitatieve meervoudige gevalsstudie van vijf secundaire scholen die het M-decreet (gericht op meer inclusief onderwijs) implementeren biedt deze studie een conceptuele concretisering van het implementatieproces van onderwijsvernieuwingen. De analyse van (voornamelijk) interviewdata met 25 schoolteamleden illustreert hoe implementatieprocessen beschouwd kunnen worden als het resultaat van interpretatieve onderhandelingsprocessen en hoe agenda’s van actoren (bestaande uit doelen en belangen) een belangrijke rol spelen in dit proces. Die conceptuele concretisering bouwt verder op inzichten uit het betekenisgevingsperspectief en de rol van structuren, maar belicht daarnaast ook het strategische en politieke karakter van de ver- taalprocessen bij vernieuwingen.

De relatie tussen taalcompetentie, numerieke geletterdheid en academisch studiesucces: Een verkennende studie
E. Vandervieren, J. Casteleyn
Deze verkennende studie wil nagaan hoe taalcompetentie (i.c. woordenkennis en print exposure) en numerieke geletterdheid samen bijdragen aan studiesucces in het hoger onderwijs. Hierbij wordt rekening gehouden met de controlevariabelen geslacht, thuistaal, gevolgde onderwijsvorm in het secundair, en het wekelijks aantal uren wiskunde in het secundair. 318 studenten verspreid over de verschillende faculteiten van de Universiteit Antwerpen namen vrijwillig deel aan dit onderzoek. Door middel van regressiemodellen werd onderzocht in welke mate er een effect is van woordenkennis, print exposure en numerieke geletterdheid op academisch succes. Studiesucces werd gemeten via grade point average (GPA) en via studierendement. De resultaten geven aan dat woordenkennis en print exposure significant bijdragen aan studiesucces. Voor numerieke geletterdheid geldt dit enkel als GPA als maatstaf voor studiesucces gebruikt wordt. Het effect van print exposure op studiesucces bleek significant in combinatie met geslacht (voor GPA) of met de onderwijsvorm en het aantal uren wiskunde (voor studierendement). De variabele woordenkennis bleek significant in combinatie met de onderwijsvorm (voor GPA). Daarnaast werd de voorspellende kracht van thuistaal, onderwijsvorm en het aantal uren wiskunde bevestigd over de faculteiten heen. Deze studie is een eerste aanzet voor (vervolg) onderzoek naar de impact van taalcompetentie en numerieke geletterdheid op studiesucces.