Tijdschrift voor Lerarenopleiders — Jrg. 34 (september 2013) Nr. 3

3 Op dit moment zijn er, vooral in Nederland, meer werkloze leerkrachten dan ooit
Redactioneel
Gerda Geerdink

5 Transfer en boundary crossing bij masteropleidingen voor leraren
Marco Snoek
Onderzoek onder afgestudeerden van de masteropleiding Professioneel Meesterschap laat zien dat het succesvol volgen en afronden van een masteropleiding die gericht is op het leiderschap van leraren lang niet altijd leidt tot het daadwerkelijk inzetten van de ontwikkelde leiderschapscompetenties binnen de school. De scheiding tussen opleidingsinstituut en werkplek zorgt bij dit soort opleidingen voor een transfer-probleem.
Wil effectieve transfer van ontwikkelde competenties van de masteropleiding naar de praktijk binnen de school kunnen plaatsvinden, dan zal het ontwerp van de opleiding niet alleen gericht moeten zijn op het kwalificeren van deelnemers, maar ook op het interveni‘ren in de schoolorganisatie en -cultuur en zal de opleiding moeten kunnen fungeren als boundary object tussen twee activiteitssystemen. Op basis van een reflectie op de ervaringen met de eerste lichtingen afgestudeerden is een nieuw ontwerp voor de masteropleiding gemaakt, waarbij meer aandacht is voor boundary crossing tussen opleidingsinstituut en school. Dit ontwerp wordt momenteel toegepast in een opleidingstraject voor LD-leraren van drie ROCs. In dit artikel schetsen we twee uitgangspunten voor het ontwerp en de theoretische onderbouwing daarvan.

17 De lerarenopleiding wiskunde in Nederland: instroom, doorstroom en uitstroom
Barbara van Amerom, Paul Drijvers
Leraren zijn cruciaal in het onderwijs. Het is dan ook van groot belang dat er voldoende leraren zijn die een adequate opleiding hebben afgerond. Zowel kwantiteit als kwaliteit lijken echter onder druk te staan. Hoewel deze ontwikkelingen worden gemonitord, ontbreken vakspecifieke gegevens over instroom en uitstroom van lerarenopleiding. Omdat wiskunde een vak is dat in dit opzicht sterk in de belangstelling staat vanwege de kernvakkenregeling en het dreigende tekort aan bta’s, hebben we de kentallen onderzocht van de lerarenopleidingen wiskunde in Nederland. Daarnaast is nagegaan in hoeverre opgeleide wiskundedocenten ook daadwerkelijk in het onderwijs gaan werken. De conclusies zijn dat de rendementen van de lerarenopleidingen wiskunde lijken te dalen en dat een aanzienlijk aantal gediplomeerden meteen na het afstuderen of kort daarna niet voor een loopbaan in het onderwijst kiest. Deze conclusies vragen om een herbezinning van lerarenopleidingen met betrekking tot rendementen, en van de overheid met betrekking tot de aantrekkelijkheid van een loopbaan als leraar.

27 Bewust en bekwaam toetsen / Wat zouden lerarenopleiders moeten weten over toetsing?
Dominique Sluijsmans, Sabine van Eldik, DesirŽe Joosten-ten Brinke, Linda Jakobs
Kwaliteit van toetsen staat prominent op de politieke en maatschappelijke agenda van het hoger onderwijs. In dit artikel wordt betoogd dat kwaliteit van toetsen in hoge mate wordt bepaald door de toetsbekwaamheid van opleiders en hun bewustzijn van het belang voor goed toetsen. Top op heden is onvoldoende helder welke kennis lerarenopleiders in huis moeten hebben om die kwaliteit te kunnen borgen. Het ontbreken van een nationale kennisbasis ‘Toetsing voor lerarenopleiders’ vormt het uitgangspunt voor ons onderzoek Bewust en bekwaam toetsen. In dit mede door SURF gefinancierd onderzoek hebben vier lerarenopleidingen hun krachten gebundeld om de kwaliteit van toetsbekwaamheid te versterken: het ILS van de HAN, FLOT van Fontys Hogescholen, de ULO van de VU en De Nieuwste Pabo van de Hogeschool Zuyd. Een eerste belangrijke vraag in dit project is: Welke toetskennis is van belang voor lerarenopleiders. Resultaten laten zien dat er geen eenduidig beeld is over wat lerarenopleiders zouden moeten beheersen en dat reeds bestaande standaarden vaak abstract geformuleerd zijn. De kwaliteitspiramide voor eigentijds toetsen en beoordelen is gebruikt voor een eerste aanscherping van leerdoelen over toetsing. In totaal zijn 57 leerdoelen benoemd en verdeeld over de vier niveaus van de piramide. Verdere validering van de leerdoelen is nodig voordat instrumenten kunnen worden ontwikkeld waarmee lerarenopleiders zich kunnen professionaliseren. Het artikel sluit af met enkele aanbevelingen en een inkijk in het vervolg van het project.

43 De rol van de lerarenopleiding bij innovatieprocessen in het primair onderwijs / Een onderzoek naar de samenwerking in opbrengstgericht werken binnen de onderwijsketen
Martine Derks
In Nederland willen de PO-raad en HBO-raad de samenwerking rondom het opbrengstgericht werken intensiveren. Het werken vanuit ambitieuze streefdoelen op het vlak van de leerresultaten van leerlingen zou volgens Kervezee en Wintels (2010) niet alleen een impuls moeten geven aan de kwaliteitsverbetering van het primair onderwijs, maar ook aan de lerarenopleiding. Tussen 2010 en 2012 is dit, met ondersteuning van het kenniscentrum Kwaliteit van Leren, door de Arnhemse locatie van de Pabo van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen onderzocht. In dit onderzoek is gekeken in hoeverre de invoering van opbrengstgericht werken bijdraagt aan de professionalisering van (aanstaande) leraren binnen de beroepspraktijk en welke factoren van invloed zijn op de kwaliteit van de samenwerking tussen scholen en de lerarenopleiding. Het onderzoek is uitgevoerd binnen een Krachtig Meesterschap project. De resultaten van het onderzoek laten zien de de invoering van opbrengstgericht werken bijdraagt aan verbetering van de professionaliseringskansen van leraren op de werkplek, maar dat dit nog onvoldoende effect heeft op de leerkansen van leerlingen en toekomstige leraren (studenten). In de discussie en conclusie wordt geschetst wat dit betekent voor de samenwerking tussen het primair onderwijs en de lerarenopleiding en welke uitdagingen er liggen voor vervolgonderzoek.

55 Mannelijke pabostudenten kiezen niet voor kleuters. Weloverwogen of op basis van misconcepties?
Corry Leenders, Gerda Geerdink
Op de Nederlandse lerarenopleiding voor het basisonderwijs (de pabo) worden leraren opgeleid voor het onderwijs aan kinderen van vier tot twaalf jaar. Opleidingen verschillen wat betreft het tijdstip waarop wordt gekozen voor een leeftijdsspecialisatie. Nogal wat pabo’s laten studenten al in het eerste jaar van de opleiding kiezen omdat vooral mannelijke studenten een sterke voorkeur zouden hebben voor het oudere kind en opzien tegen het werken met kleuters. Mannelijke studenten zouden op de pabo meer gemotiveerd blijven als ze niet ‘belast worden’ met een kleuterstage of onderwijs aan kleuters. Vanuit de onderwijspraktijk en zeker door de kleuterspecialisten wordt zo’n vroege specialisatie betreurd. Als er al vroeg op de pabo gekozen wordt, leren (mannelijke) studenten niet alleen te weinig over het leren van jonge kinderen maar ook te weinig over het specifieke van kleuteronderwijs om goed te kunnen kiezen. Bij een van de pabo’s, waar het keuzeproces vroegtijdig plaatsvindt is evaluatief en beschrijvend onderzocht of (mannelijke) studenten op dat moment al voldoende weten om weloverwogen te kunnen kiezen. We beschrijven wat uit de theorie bekend is over het keuzeproces en evalueren vanuit verschillende perspectieven de gevolgde werkwijze en de gevolgen daarvan op deze pabo.

67 Open opdrachten in het studiehuis: bouwstenen voor een didactiek voor metacognitieve vaardigheden
Gerard Blikmans & Ellen van den Berg
In dit artikel staan metacognitieve vaardigheden in het voortgezet onderwijs centraal. Dit zijn vaardigheden die leerlingen inzetten om hun leerproces te sturen. Het belang hiervan wordt in dit artikel vanuit de onderzoeksliteratuur en de ervaringen op een vo-school in Enschede onderbouwd. We beargumenteren ook waarom metacognitieve vaardigheden als inhoudsdomein en niet alleen als didactiek een plaats in de lerarenopleiding verdienen. Want hoewel veel leraren het belangrijk vinden hun leerlingen met metacognitieve vaardigheden toe te rusten, blijkt dat zij niet goed weten hoe zij dit kunnen doen. In dit artikel hebben we daarom geprobeerd een praktische vertaling te geven van literatuur rond metacognitieve vaardigheden waardoor docenten in stat gesteld worden om open opdrachten te formuleren voor hun leerlingen of studenten. Juist dit type van opdrachten doet – mits op de juiste wijze ontwikkeld en aangestuurd – een beroep op de inzet van metacognitieve vaardigheden. Een door de auteurs ontwikkeld instrument is bedoeld docenten te ondersteunen bij het verder helpen ontwikkelen van metacognitieve vaardigheden van leerlingen.

77 Persoonlijke professionaliteit en disposities van docenten
Ellen Rohaan, Maaike Koopman & Douwe Beijaard
In dit artikel wordt een kortlopend onderwijsonderzoek naar de persoonlijke professionaliteit van docenten beschreven. We leggen daarbij de nadruk op disposities van docenten en richten ons op twee onderzoeksvragen: 1) Welke disposities zijn van belang voor goed onderwijs volgens docenten en schoolleiders? en 2) Op welke manier komen disposities tot uiting in de praktijk volgens docenten? Een dispositie kan omschreven worden als ‘de tendens in een verzameling van geobserveerde gedragingen’, kortweg: een gedragspatroon. Een dispositie wordt gevormd door een samenhangend geheel van persoonlijke en professionele aspecten die je waar kunt nemen bij een docent tijdens de uitoefening van het beroep. Aspecten van beide dimensies van het beroep zijn namelijk onlosmakelijk verbonden. Disposities zijn geen vaststaande eigenschappen, maar kunnen worden ontwikkeld. Het doel van dit onderzoek was om meer inzicht te verwerven in de herkenbaarheid en praktische toepasbaarheid van disposities.

89 Praktijk in de plaats van blauwdruk / Over het opleiden van lerarenopleiders
Geert Kelchtermans
Niet alleen leraren, maar ook de opleiders van die leraren zelf moeten adequaat gevormd en opgeleid worden. Deze stelling kan de jongste tijd op steeds meer bijval rekenen. Zowel in Vlaanderen als in Nederland worden er opleidingsinitiatieven genomen, telkens tegen de achtergrond van bredere inspanningen om de professionaliteit van de lerarenopleiders erkenning te doen krijgen: de beroepsstandaard, het formuleren van de kennisbasis, het registratieproject in Nederland en het ontwikkelingsprofiel voor lerarenopleiders in Vlaanderen. In dit artikel beargumenteer ik dat de gangbare invulling van professionaliteit het resultaat is van een ‘blauwdruk’-benadering. Ik maak daar een reeks kritische bedenkingen bij en stel vervolgens een alternatief voor dat ik omschrijf als een ‘praktijkgebaseerde’ benadering. Concreet wil ik dus pleiten voor een praktijkgebaseerde benadering (in plaats van een blauwdrukbenadering), die vertrekt van en een centrale plaats geeft aan concrete opleidingspraktijken.

101 Boekenrubriek
‘Improving university lectures’
– ‘Pedagogisch vakmanschap in het vo’
– ‘Hoe geef je met voldoening les aan pubers?’
– Facilitating practitioner research’
– ‘Handelingsgericht werken in passend onderwijs’

107 Over de auteurs