Pedagogische Studiën — Jrg. 96 (april 2019) nr. 1

Naar een praktische adaptieve aanpak voor spreekvaardigheidsonderwijs in moderne vreemde talen
E. De Vrind, F.J.J.M. Janssen, J.H. Van Driel, E.T. Stoutjesdijk
Een nieuwe didactiek voor de lespraktijk zal alleen succesvol worden geïmplementeerd als deze niet alleen leerzaam voor leerlingen, maar ook praktisch uitvoerbaar voor docenten is. In deze bijdrage stellen we een adaptieve aanpak voor spreekvaardigheidsonderwijs in moderne vreemde talen voor, de zogenoemde SpeakTeach-didactiek, die, om de didactiek praktisch uitvoerbaar voor docenten te maken, is gestoeld op het Bridging Model voor curriculumvernieuwing. Met deze methodologie kunnen docenten hun onderwijs vernieuwen door recombinatie en aanpassingen van bouwstenen waaruit hun reguliere onderwijs al bestaat. In dit onderzoek hebben we op basis van vragenlijsten en visuele weergaven van lessenseries beschreven hoe 13 docenten de SpeakTeach-didactiek toepasten in hun lespraktijk, met welke overwegingen en of de kern van de didactiek behouden bleef. Daarnaast is met het zogeheten onderwijsimpactinstrument vastgesteld of de docenten de didactiek inderdaad als praktisch ervoeren. Uit de resultaten blijkt dat docenten de didactiek succesvol toepasten en significant wenselijker vonden dan de reguliere lespraktijk en even succesvol konden uitvoeren. De flexibiliteit van de SpeakTeach-didactiek zou een ingrediënt kunnen zijn voor curriculumvernieuwingen in het algemeen.

Opschaling van inductie en het pedagogisch-didactisch handelen van beginnende docenten in het voortgezet onderwijs
M. Helms-Lorenz, M. Van der Pers, R. Maulana, R. Van der Lans, P. Moorer, P.H. Van den Hoorn- Flens
In de onderhavige longitudinale studie over een periode van 3 jaar, wordt onderzocht of het opschalen van een inductie-interventie de ontwikkeling van pedagogisch-didactische vaardigheden van beginnende docenten ten goede komt. Op de 147 deelnemende scholen is het pedagogisch-didactisch handelen van beginnende docenten periodiek gemeten met twee instrumenten: observaties door getrainde observatoren met het ICALT-instrument (N = 725 cross-sectioneel waarvan n = 420 longitudinaal), en met de leerlingvragenlijst “Mijn Leraar” (N = 650 cross-sectioneel waarvan n = 355 longitudinaal). De perceptie van begeleidingsaanbod werd gemeten door een begeleidingsmonitor af te nemen bij de beginnende docenten (N = 516 cross-sectioneel waarvan n = 299 longitudinaal). De resultaten wijzen op maatwerk in de begeleiding dat het meest intensief is voor docenten met een lager startniveau. Bij aanvang blijkt het geobserveerd pedagogisch-didactisch niveau voor een derde van de beginnende docenten beneden het verwachte startniveau te liggen. Over een periode van drie jaar zijn de effecten van begeleiding positief (1.01 en 0.24 standaarddeviatie voor respectievelijk het observatie- en leerlingperspectief). Docenten met een laag startniveau, vrouwen en eerstegraadsopgeleide docenten vertonen de meeste vorderingen.

Het vergroten van studiesucces in het hoger onderwijs: belang van overtuigingen van docenten
S. Brand-Gruwel, N.R. Bos, A. van der Graaf
Hoewel een veelheid aan onderzoeken reeds heeft aangetoond welke onderwijsontwerpprincipes het studiesucces van studenten beïnvloedt, vinden deze maar mondjesmaat de weg naar de dagelijkse praktijk. Deze ‘evidence informed’ ontwerpprincipes kunnen worden opgevat als principes gebaseerd op studiesucces bevorderende maatregelen die zijn vormgegeven op basis van wetenschappelijke evidentie. Een verklaring voor de discrepantie tussen wat we uit wetenschappelijk onderzoek weten over wat werkt en de dagelijkse praktijk kan mede geweten worden aan het implementatieproces van dergelijke ontwerpprincipes; veelal wordt bij de implementatie voorbijgegaan aan het feit dat de docent de centrale schakel is in het onderwijsvernieuwingsproces. In deze studie onderzochten we de overtuigingen van docenten op een hogeschool over maatregelen die kunnen worden ingezet om studiesucces te bevorderen. Resultaten laten zien welke onderwerpen uit de literatuur overeenkomsten vertonen met de overtuigingen van docenten (formatief toetsen, werken in kleine groepen), maar belangrijker, de resultaten laten ook zien bij welke onderwerpen de overtuigingen van docenten haaks staan op de bevindingen uit de literatuur (student eigen toetsmoment laten bepalen, inzet webcolleges). De gehanteerde methode biedt daarmee niet alleen de mogelijkheid tot het formuleren van breed gedragen beleid waarin de visie van de instelling is verwerkt, maar biedt tevens houvast voor het formuleren van een professionaliseringsagenda. Kernwoorden: studiesucces, hoger onderwijs, onderwijskundige ontwerpprincipes, docentovertuigingen, group concept mapping

Pleidooi voor een onderwijskundige visie op gepersonaliseerd leren
M.L.L. Volman
De laatste tijd melden disciplines als neuropsychologie en data science zich met voorstellen om het onderwijs te verbeteren. Hun oplossingen betreffen vooral mogelijkheden om het leren te ‘personaliseren’. Het aantrekkelijke van deze disciplines is dat ze inzicht bieden in fenomenen die we met het blote oog niet kunnen zien. Daardoor lijken hun bijdragen fundamenteel en wetenschappelijk. In deze discussiebijdrage wordt het verschijnsel ‘gepersonaliseerd leren’ als casus gebruikt om te reflecteren op de specifieke bijdrage van de onderwijskunde als het gaat om ‘beter onderwijs’ en hoe die zich verhoudt tot die van andere, nieuwere, disciplines. Dat vraagt om een bezinning op de manier waarop de onderwijskunde zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. De discussiebijdrage bevat een pleidooi voor een onderwijskunde die zichzelf beter positioneert 1) door terug te gaan naar haar kern: het verbinden van micro-, meso- en macroperspectieven; 2) door haar praktijkgerichtheid beter te conceptualiseren, en zich daarbij niet te beperken tot het ontwerpen van instrumentele oplossingen; en 3) door te investeren in nieuwe methodologieën voor het ontwikkelen van concepten die het handelen van leraren en leerlingen helpen begrijpen en verbeteren. Met behulp van deze ingrediënten wordt tot slot een voorstel gedaan voor een onderwijskundige visie op gepersonaliseerd leren.