Pedagogiek — Jrg. 29 (december 2009) Nr. 3

191 Het combineren van interne en externe evaluatie in een kwaliteitszorgsysteem. Dansen op een slap koord
ONDERZOEK
Jan Vanhoof & Peter Van Petegem
In diverse bijdragen over kwaliteitszorg in het onderwijs wordt met grote verwachtingen gepleit voor een complementaire en ge•ntegreerde relatie tussen interne en externe evaluatie van scholen. In deze bijdrage tonen de auteurs aan dat die verwachtingen slechts gedeeltelijk terecht zijn. De vraag of verantwoording en schoolontwikkeling verzoend kunnen worden, is immers complex en behoeft een genuanceerd antwoord. In het artikel wordt een mogelijk scenario gepresenteerd om tot een succesvol samenspel te komen tussen doorlichtingen van en zelfevaluaties door scholen.

211 School in de Marge. De organisatiecultuur van de Decrolyschool in Brussel
Angelo Van Gorp
Uitgaande van de vaststelling dat de Brusselse Decrolyschool zich in de marge van het Belgische onderwijslandschap bevindt, vraagt de auteur zich af hoe de volharding van de school kan worden verklaard, temeer daar de school al in 1932, nauwelijks vijfentwintig jaar na haar oprichting, haar stichter en icoon Ovide Decroly (1871-1932) verloor. Kan voor die volharding een verklaring worden gevonden in de organisatiestructuur en -cultuur van de school? Om die vraag te beantwoorden, zoemt de auteur eerst in op enkele crisissen die de school in haar honderdjarige bestaan doorstaan heeft. In een tweede deel neemt de auteur ŽŽn van die factoren, de zogeheten zaak Hama•de, als vertrekpunt om op zoek te gaan naar factoren van volharding. In het derde deel analyseert hij deze zaak aan de hand van een aantal begrippen, deels ontleend aan de organisatietheorie, zoals pedagogische heldenverering, (charismatisch) leiderschap, Gesamtgeist, geloofsgemeenschap, en Kulturkampf, en koppelt hij daaraan een reflectie over de relatie tussen organisatietheorie en onderwijsgeschiedenis.

226 Slappedanige meerderheidsjongeren en verwilderde jeugd. Arbeidersjeugd door de bril van een pedagogisch discours
Jan Lenders
In oktober 1924 verscheen in Volksontwikkeling, Maandblad uitgegeven door het Nutsinstituut voor volksontwikkeling een artikel van W.E. van Wijk over de gang van zaken in clubhuis De Arend in Rotterdam, waarvan hij directeur was. De Arend was in 1922 opgericht als Instituut voor de Rijpere Jeugd en bedoeld voor jongens van 13-18 jaar uit de Rotterdamse volkswijken. De aandacht voor de arbeidersjeugd was een betrekkelijk nieuw fenomeen. Vanaf 1900 ontstonden er initiatieven om deze jeugd na het verlaten van de lagere school op te vangen door in clubhuisverband scholings- en vormingsprogramma’s aan te bieden. In dit begeleidende artikel wil de auteur ingaan op het beeld vat Van Wijk opriep van de arbeidersjeugd, op de wijze waarop het tot stand kwam en waarom zijn portret zo aansloeg. De auteur wil vooral de vraag beantwoorden waarop de wijze waarop van Wijk deze jongeren portretteerde zoveel instemming kreeg en decennialang herhaald kon worden. Zijn portret was uiterst negatief en met een spottende ondertoon.

243 Heruitgave: “Het tweede jaar van De Arend”
W.E. van Wijk
De oorspronkelijke tekst uit 1924 verschenen in het maandblad Volksontwikkeling.

247 De betekenis van veranderingen in gezinnen die hebben deelgenomen aan het Home-Start programma en voorspellers van deze veranderingen
Jessica J. Asscher, Maja Dekovic, Peter Prinzie & JO M.A. Hermanns
In dit onderzoek is met behulp van een niet-traditionele methode, namelijk de reliable change index, onderzocht of het opvoedingsondersteuningsprogramma Home-Start tot veranderingen leidde in de gezinnen die daaraan deelnamen. De drie onderzoeksvragen waren:
1) of er ‘reliable change’ was bereikt
2) of de veranderingen klinisch significant waren en
3) welke gezinnen de grootste kans hadden om betekenisvol te veranderen.