Pedagogiek — Jrg. 34 (oktober 2014) Nr. 2

81  Polderjihadi’s
COLUMN
Joep Bakker (Redactie Tijdschrift Pedagogiek)

ONDERZOEK

84  Informatiegebruik in verantwoordingsgerichte en schoolontwikkelingsgerichte onderwijssystemen: een Nederlands-Vlaams perspectief.
Roos van Gasse, Jan Vanhoof (Universiteit Antwerpen) en Willem de Vos (Hogeschool Rotterdam)
Wereldwijd wordt hoe langer hoe meer belang gehecht aan informatiegebruik in scholen. Hoewel verschillen in het informatiegebruik van scholen in onderzoek vaak gerelateerd worden aan een verantwoordingsgericht of schoolontwikkelingsgericht onderwijssysteem, is onderzoek dat informatiegebruik in verschillende onderwijssystemen diepgaand beschrijft en vergelijkt schaars. In deze studie onderzoeken we gelijkenissen en verschillen in het informatiegebruik van schoolleiders binnen een verantwoordingsgericht en een schoolontwikkelingsgericht onderwijssysteem, respectievelijk Nederland en Vlaanderen. De resultaten wijzen uit dat schoolleiders uit beide onderwijssystemen andere verwachtingen percipiëren inzake informatiegebruik, andere soorten informatie gebruiken en ook verschillen in de manieren waarop zij informatie gebruiken. Een opvallende vaststelling is dat sterkere verwachtingen naar verantwoording niet noodzakelijk in negatieve zin wegen op het schoolontwikkelingsgericht informatiegebruik van schoolleiders.

107  Implementatie van preventiemaatregelen van seksueel misbruik in de kinderopvang: het perspectief van managers en pedagogisch medewerkers.
Channah Zwiep en Lotte Spoormakers (Universiteit van Amsterdam)
Dit artikel gaat over een onderzoek naar 13 preventiemaatregelen ter voorkoming van seksueel misbruik die ontwikkeld zijn voor de kinderopvang op basis van het Rapport Gunning. Voor dit kwalitatieve onderzoek zijn respondenten (n=37) geïnterviewd, waarvan 21 van hen werken als manager en 16 als pedagogisch medewerker in de kinderopvang. De preventiemaatregelen worden volgens hen in zijn algemeenheid goed ontvangen en, binnen de mogelijkheden van het beleid en de uitvoering, zo goed mogelijk geïmplementeerd. De deelnemers kennen de maatregelen en zijn hierover overwegend positief. Bij verschillende organisaties zijn de maatregelen dan ook een vanzelfsprekend gegeven op de dagelijkse werkvloer. Toch worden er enkele knelpunten genoemd, zoals handelingsverlegenheid door gebrek aan kennis over seksuele opvoeding en over signaleren en melden bij seksueel misbruik. Ook de bezuinigingen in de kinderopvang worden gezien als knelpunt om de maatregelen uit te voeren.

123  Kinderen en jongeren kritisch leren omgaan met reclame – het aanbod en de kwaliteit van reclameopvoedingspakketten
Joris Van Ouytsel, Wil Meeus, Michel Walrave, en Aleksander Driesen (Universiteit Antwerpen)
Door de komst van nieuwe digitale reclamevormen waarbij de reclame moeilijk van andere inhoud te onderscheiden valt, is er vernieuwde belangstelling voor reclameopvoeding, die kinderen en jongeren willen beschermen tegen de invloeden van de commerciële wereld. Leraren hebben nood aan kwaliteitsvol lesmateriaal om hun leerlingen reclamewijsheid bij te brengen. In deze studie worden enkele gratis aangeboden educatieve pakketten rond reclamewijsheid op inhoud en kwaliteit geanalyseerd. Daarvoor ontwikkelden we een checklist die gebruikers in staat moet stellen om de inhoudelijke diversiteit en de kwaliteit van reclamewijsheidpakketten te beoordelen. Daarnaast kan de checklist ook gebruikt worden door ontwikkelaars van nieuwe lespakketten. De onderzoeksresultaten geven inzicht in de kwaliteit en de aard van het huidige aanbod aan reclamewijsheidspakketten en leiden tot enkele belangrijke implicaties voor de praktijk.

150  Informatie op het internet over time-out als opvoedstrategie. Een analyse met inhoudelijke en formele criteria
Christa Nieuwboer, Tristan Frencken en Randy ter Hark (Fontys Hogeschool)
Introductie. Op het internet is de meest uiteenlopende informatie te vinden van zowel professionals als leken. De gezaghebbendheid, actualiteit, volledigheid, nauwkeurigheid en leesbaarheid van professionele informatie staat ter discussie. Naast enkele formele eisen en een geode leesbaarheid moet de inhoud van pedagogische informatie over een complexe opvoedstrategie als time-out, die bij een onjuiste uitvoering tot machtsmisbruik kan leiden, expliciet gebaseerd zijn op empirische evidentie en op aanwijzingen van experts. Doel. Vaststellen of online informatie over time-out aan kwaliteitscriteria voldoet. Methode. Via een zoekstrategie indentificeerden we Nederlandstalige websites (N = 24) met informatie over time-out. De gevonden teksten warden geëvalueerd aan de hand van drie formele criteria (HON), vijf evidence-based inhoudelijke criteria, vijf door experts genoemde practice-based criteria en het leesbaarheidsniveau (CEFR), resulterend in een score van 0-10. Resultaten. Een kwart van de websites scoorde voldoende (laagste cijfer: 2, hoogste cijfer: 7.6; M = 4.6; SD = 15.). Het leesbaarheidsniveau van de teksten was goed tot redelijk goed. Aan twee van de drie formele criteria werd slecht voldaan. Geanalyseerde websites voldeden redelijk aan één van de vijf op empirisch bewijs gefundeerde inhoudelijke criteria over time-out en goed tot redelijk aan drie van de vijf inhoudelijke criteria die in de praktijk belangrijk zijn. Op de websites die als eerste getoond worden in de resultaten van een standard zoekmachine kunnen ouders de meest essentiële informatie over time-out vinden. Discussie: De informatie over time-out  op Nederlandstalige websites is meestal niet volledig en voldoet vaak niet aan formele en inhoudelijke criteria. Een ‘gouden standaard’ voor informatie over time-out ontbreekt evenwel. Onderzoekers noemen diverse opties om met de gevaren van onjuiste informatie op het internet om te gaan: mediawijsheid van ouders vergroten, verantwoordelijkheid van beroepskrachten versterken, een ‘gouden standaard’ hanteren of een keurmerk instellen. Aan de hand van de resultaten van dit onderzoek wordt gepleit voor een combinatie van de diverse opties en nadruk gelegd op de mediaverantwoordelijkheid van individuele beroepskrachten in het pedagogisch werkveld.