Meso Magazine — Jrg. 28 (juni 2008) Nr. 160

2 REDACTIONEEL

4 Dijsselbloems donkere spiegel
Kanttekeningen bij een onvoltooide leergeschiedenis
Pieter Leenheer
Tijd voor onderwijs
, het eindrapport van de commissie-Dijsselbloem, heeft grote verdiensten. Al was het alleen al omdat het eindelijk een begin maakt met een leergeschiedenis van de afgelopen decennia onderwijsvernieuwing. Dat neemt niet weg dat er terecht tal van kanttekeningen bij gemaakt zijn. Een klein deel daarvan is in dit artikel verwerkt. De hamvraag is echter: zal de politiek iets leren van deze geschiedenis? Pieter Leenheer aarzelt.

9 Onderwijsvernieuwing kansrijker organiseren
Commissie-Dijsselbloem gaat te kort door de bocht
Jan Geurts en Willem van Oosterom
Op basis van de gesprekken met bestuurders, directeuren, docenten en leerlingen over vernieuwingen in het beroepsonderwijs, komen Geurts en Van Oosterom, geheel in lijn met de commissie-Dijsselbloem, tot de conclusie dat ook in het beroepsonderwijs op de meeste scholen een grote kloof bestaat tussen het management en de professional. Ook hier is nog nauwelijks sprake van een dialoog tussen deze partijen. Volgens hen is voor het slagen van een andere aanpak van vernieuwingen essentieel dat deze twee circuits elkaar beter weten te vinden. Het zorgen voor een sterke band tussen management en professional hoort centraal te staan en de huidige sfeer van ‘good’ en ‘bad guys’ dient te worden doorbroken. Een polarisatie tussen leiding en uitvoering is schadelijk voor goed onderwijs.

16 Na Dijsselbloem een stuurloos tij?
Rapport vraagt om stellingname van scholen
RenŽe van Schoonhoven
In deze bijdrage gaat RenŽe van Schoonhoven in op wat de commissie-Dijsselbloem zegt over de relatie tussen overheid en scholen, over wat kan, mag en moet in termen van sturing. In het eerste deel wordt aangegeven vanuit welke sturingsmodellen en -niveaus de commissie redeneert; modellen en niveaus die in het rapport overigens niet helder ten opzichte van elkaar worden benoemd en onderscheiden. Deze onduidelijkheid leidt in het rapport tot conclusies en aanbevelingen die de kernvraag omzeilen, namelijk: hoe moet het nu verder met de sturing tussen scholen en overheid? In het tweede deel van deze bijdrage worden enkele antwoorden op die vraag besproken die de afgelopen periode de revue zijn gepasseerd en die door de commissie onbesproken worden gelaten.


21 Dijsselbloem en de kwaliteit van het onderwijs
Idereen praat mee over onderwijs

Anneke Westerhuis
De bekendste aanbeveling van de commissie-Dijsselbloem is ongetwijfeld de aanbeveling over het wat en het hoe van het onderwijs: de overheid zou zich moeten beperken tot het vaststellen van de beoogde doelen van het onderwijs (het wat) en vervolgens de realisatie ervan moeten overlaten aan de scholen (het hoe). Westerhuis maakt in deze beschouwing vanuit een aantal invalshoeken duidelijk dat deze aanbeveling om een aantal redenen te eenvoudig is. Aansluitend pleit ze voor een andere rol voor de overheid, namelijk die van procesmanager.

RUBRIEKEN

15 Symboolpolitiek
COLUMN
Arie Olthof

20 Rolwisseling
Hartger Wassink

24 SG De Trekvaart
CARTOON

25 Meso onderzoek


28 Buitenlands nieuws


30 Boeken
– Rondreis door de organisatietheorie van J. Polling en A.A. Kampfraath.
– De projectsaboteur. Over het voorkomen van succes van Jeroen Gietema & Dion Kotteman.
– Verborgen agenda’s. Waarom mensen niet doen wat ze zeggen en niet zeggen wat ze doen van Jeffrey Wijnberg.
– Het lelijke jonge eendje gaat naar zijn werk. Lessen voor op de werkplek uit de sprookjes van Hans Christian Andersen. Mette Norgaard. Met een voorwoord van Stephen R. Covey.