Jeugd en Co – Kennis — Jrg. 5 (maart 2011) Nr. 1

2 Indicatiestelling
MET HET OOG OP KENNIS
Tom van Yperen

4 Geluksgevoel, angst en levensvaardigheid
UIT ONDERZOEK
Ton Ceelen
Genetische factoren zijn deels verantwoordelijk voor het geluksgevoel dat jongeren hebben. Ook de manier waarop ze aankijken tegen hun gezin is deels genetisch bepaald. Daarom moet de jeugdzorg voorzichtig zijn met interventies. ‘Maatwerk is de boodschap’, adviseert psycholoog Niels van der Aa.

8 Bescherming en straf in ŽŽn plan
Marcia Lever, Hanneke Bijl, Mariska van der Steege
Als een jonger onder toezicht staat en een jeugdreclasseringmaatregel krijgt opgelegd, worden beide maatregelen meestal uitgevoerd door ŽŽn beroepskracht: de gezinsvoogd of de jeugdreclasseerder. Dat levert in de praktijk moeilijkheden op, doordat zij geneigd zijn het accent vooral op hun ‘eigen’ maatregel te leggen. De William Schrikker Groep (WSG) ontwikkelde daarom een ge•ntegreerde aanpak voor een ‘dubbele maatregel’. Juist voor jongeren met een beperking – de doelgroep van de William Schrikker Groep – is zo’n brede en eenduidige aanpak nodig.

18 Jonge mantelzorger heeft behoefte aan aandacht
Dominik Sieh, Anne Visser-Meily, Anne Marie Meijer
In Nederland groeit ongeveer 10 tot 13 procent van de kinderen op met een chronisch lichamelijk zieke ouder. De ziekte heeft niet alleen gevolgen voor deze ouders, maar ook voor partners en kinderen. Uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat kinderen met een zieke ouder een verhoogd risico lopen op angstklachten, somberheid en teruggetrokken gedrag. Ze hebben behoefte aan ondersteuning, vooral in de vorm van lotgenoten-contact en specifieke voorlichting over de ziekte en hoe ze daarmee kunnen omgaan.

27 Logeerhuismonitor volgt kernpunten methodiek
Wouter Reith, Agaath Prins, Olaf Goorden, Karlijn Stals
Met de logeerhuismonitor volgt Stichting Jeugdformaat de uitvoering van de hulp in een van haar residenti‘le hulpvormen, de logeerhuizen. De monitor bestaat uit drie korte vragenlijsten voor kinderen, ouders en groepsleiders. De bijbehorende rapportageformulieren bieden op verschillende niveaus in de organisatie zicht op wat er gebeurt in de logeerhuizen. Groepsleiders bespreken door de monitor met de kinderen en hun ouders hoe zij de hulp ervaren. De resultaten van die gesprekken worden vervolgens besproken in de teams en met de manager. De monitor zorgt ervoor dat de groepsleiders reflecteren op hun eigen aanpak en dat er binnen de organisatie op gezette tijd aandacht is voor de methodiek.

37 Voorzieningen bereiken migranten niet altijd
Angela van den Broek, Ellen Kleijnen
Gezinnen die problemen hebben op het gebied van opvoeding, onderwijs en gezondheid kunnen in Nederland gebruikmaken van publieke voorzieningen. Niet-westerse migranten doen dat echter relatief weinig, hoewel ze vaker opvoed-, ontwikkelings- en gezondheidsproblemen hebben dan autochtone Nederlanders. Dat blijkt uit het onderzoek Naar Hollands gebruik? van het Sociaal en Cultureel Planbureau. De etnische verschillen in het gebruik van voorzieningen worden voor een belangrijk deel verklaard door achtergrondkenmerken, de houding tegenover de voorzieningen en de toegankelijkheid ervan.

49 Kennis over pleeggezin bijeengebracht in digitaal dossier
NJi
Joanka Prakken
In Nederland wordt in toenemende mate een beroep gedaan op pleeggezinnen, voor kinderen met wie het thuis om uiteenlopende redenen niet meer gaat. De laatste tien jaar is het aantal kinderen dat voor langere of kortere tijd opgroeit in een pleeggezin verdubbeld naar ruim 23 duizend in 2009. Het Nederlands Jeugdinstituut zet in het digitale dossier Pleeggezin op een rij wat er bekend is over pleegzorg.

52 Academische Werkplaatsen Jeugd komen uit de startblokken
ZonMw
Vicky Verschoor
Als wetenschap, praktijk, opleidingen en beleid goed samenwerken, zal dat leiden tot onderzoeksvragen en resultaten die beter aansluiten bij en beter toepasbaar zijn in de praktijk van de jeugdsector. Binnen academische werkplaatsen krijgt die samenwerking gestalte. Onlangs zijn in de jeugdsector zes nieuwe werkplaatsen begonnen.

55 JGZ-richtlijn voor handelen bij vermoeden van kindermishandeling
NCJ
Trudy Dunnink, Marga Beckers
Kindermishandeling heeft ernstige gevolgen voor de ontwikkeling van een kind. het aantal meldingen bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) wijst erop dat circa 3 procent van de kinderen in Nederland wordt mishandeld, maar het werkelijke aantal is waarschijnlijk groter. de jeugdgezondheidszorg (jgz) kan bijdragen aan het vroegtijdig signaleren van kindermishandeling en vervolgens begeleidden of verwijzen. De jgz-richtlijn Secundaire preventie van kindermishandeling geeft beroepskrachten in de jeugdgezondheidszorg aanwijzingen voor hun handelen bij vermoedens van kindermishandeling.