Tijdschrift voor Orthopedagogiek — Jrg. 50 (februari 2011) Nr. 2

51 Orde in passend onderwijs
Henk Batelaan, Cees Grol, Josef Sennekool
Dit artikel is een analyse van de betekenis van ‘Bruikbare Rechtsorde’, ge•ntroduceerd door de toenmalige minister van Justitie Donner (2004), voor het ontstaan van het ‘Invoeringsplan passend onderwijs’ ge•nitieerd door de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Dijksma, 2007). Deze betekenis voor het ontstaan van ‘Passend Onderwijs’ staat beschreven in de beleidsplannen van 2004 tot en met 2007. Gekozen is voor een benadering via de narratieve methode waarbij de analyse een vorm van kennisproductie is (Czarniawska, 2004) om tot nieuw inzichten te komen (in dit geval over het ontstaan van passend onderwijs). Uiteraard zijn er meerdere invloeden geweest op het ontstaan van ‘passend onderwijs’. Met onze analyse wordt ŽŽn lijn uit het ontstaansproces van passend onderwijs zichtbaar. Om reacties te ontlokken, worden verbindingen gelegd met het werk van Foucault en de muziek van de Duitse band Kraftwerk.

60 Onderwijsaanbod aan (hoog)begaafde leerlingen
Simone Doolaard, Maartje Oudbier
De afgelopen jaren is de aandacht voor excellentie in het onderwijs toegenomen. Basisscholen nemen uiteenlopende maatregelen om hoogbegaafde leerlingen beter passend onderwijs aan te bieden. In dit artikel wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de stand van zaken in Nederland op dit gebied in de eerste maanden van 2010. Driekwart van de basisscholen zegt het onderwijs aan te passen, niet alleen voor gediagnosticeerde hoogbegaafde leerlingen maar voor een bredere doelgroep. Op 40% van de scholen bestaat de aanpassing uit differenti‘ren in de eigen groep, 30% participeert in een plusgroep. In de laatste groep zitten de voorlopers die dit onderwijs beleidsmatig verankerd hebben en die specialisten in huis hebben. Toch zijn er ook bij deze scholen nog wel een aantal verbeter punten aan te wijzen.

68 Groei in de vraag naar zorg voor verstandelijk gehandicapten
Michiel Ras, Isolde Woittiez, Hetty van Kempen
In Nederland kunnen verstandelijk gehandicapten (personen met een IQ tot 70) en zwakbegaafden (IQ tussen 70 en 85) met bijkomende problematiek een beroep doen op AWBZ-zorg. In de periode 1998-2008 was de groei in de vraag naar deze zorg gemiddeld 9% per jaar. De populatie verstandelijk gehandicapten zelf lijkt niet sterk te zijn toegenomen. We zijn daarom op zoek gegaan naar andere oorzaken. Veranderingen tussen zorgpakketten vormen geen verklaring: de groei doet zich voor binnen alle afzonderlijke pakketten. De toestroom van jongeren is wel leen belangrijke verklaring voor de groei. Het gaat hier vooral om zwakbegaafde en licht verstandelijk gehandicapte jongeren met een complexe hulpvraag. Maar ook de langere levensverwachting van de zittende gebruikers verklaart een substantieel deel van de groei. Overige factoren die vaak worden genoemd zijn dat verstandelijk gehandicapten eerder en vaker hulp vragen dan voorheen, toenemende medicalisering en een kleiner wordende marge van wat als ‘normaal’wordt6 beschouwd.

80 Retro-Perspectief
Lea Dasberg

86 Lees-v-aardig
Trijntje de Wit
Ooit was er iemand die een paar strepen in het zand trok en zei: Twee1 Later was er iemand die met een steen een pijl kraste op de wand van een grot: Daar! De streep werd een hokje: Huis! Of een rondje: man! Of een paar golfjes: Water! En zo werden steeds meer woorden in beeld gebracht.

88 Wee-k-lacht
Maartenjan Poortinga
Wat is dat toch met ouders? Het lijkt wel eens of ouders niet meer naar hun kinderen kijken. En dan kijken in de zin van zien. Kinderen zijn soms projecten van twee hardwerkende, normale mensen, die vinden dat hun kind (het is vaak maar ŽŽn) perfect, ideaal en wat dies meer moet zijn. En dat mag nog. Maar: o wee als er wat aan mankeert (zoals ze dat zelf verwoorden): dyslexie, concentratiestoornis of gewoon onvoldoendes halen of niet luisteren naar wat er gezegd wordt!

90 Weetwinkel