Tijdschrift voor Orthopedagogiek — Jrg. 49 (september 2010) Nr. 9

395 Recht op verschillend zijn
Peter de Vries
In dit artikel gaan de auteurs in op het ‘waarom’ en het ‘hoe’ van handelingsgericht werken in het kader van passend onderwijzen. Zij bespreken handelingsgericht werken als normatief kader. Eerst belicht vanuit de Rechten van het Kind, daarna vanuit het persoonlijk perspectief van de leraar. Vervolgens verbinden zij illustraties van ‘good practice’ aan wetenschappelijk onderzoek. Zij komen tot de conclusie dat handelingsgericht werken de leraren helpt om kwaliteit te bewerkstelligen in het omgaan met diversiteit.

406 Passend leeronderwijs mogelijk maken
Jeannette Bergsma, Thoni Houtveen, Anne Smits
Een veelheid aan projecten is ontwikkeld om scholen te ondersteunen bij het vormgeven van Passend Onderwijs. Projecten moeten aansluiten bij de schoolontwikkeling die al zijn ingezet, zodat deze worden versterkt, anders is het risico aanwezig dat van een integratie in het reguliere onderwijsaanbod geen sprake kan zijn. Fragmentatie van verschillende projecten moet worden voorkomen en programmacoherentie moet worden nagestreefd, zodat ingezette veranderingen blijvend zijn (Fullan, 2000). In dit artikel wordt een voorbeeld van een dergelijke programmacoherentie beschreven. Als voorbereiding op Passend Onderwijs waren zes basisscholen uit twee verschillende samenwerkingsverbanden in Twente al gestart met een traject handelingsgericht werken, toen zij ook behoeften kregen aan versterking van hun leeronderwijs. Deze scholen hebben gekozen voor het LIST-project, een inhoudelijk leesinterventie project, waarin planmatig werken, gericht op verbetering van de leesprestaties een van de uitgangspunten vormt. In dit artikel wordt beschreven hoe handelingsgericht werken in de school handen en voeten heeft gekregen door implementatie van het LIST-project. Door de vervlechting van beide vernieuwingen is het vermogen van de scholen om tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften van hun leerlingen versterkt.

LIST is een leesinterventieproject bedoeld voor scholen voor primair onderwijs (regulier en speciaal), (voortgezet) speciaal onderwijs en praktijkonderwijs die (bijna) al hun leerlingen functioneel geletterd willen afleveren en die de leraren in de gelegenheid willen stellen hun kennis en vaardigheden met betrekking tot het leesonderwijs te vergroten. Steeds meer kinderen hebben moeite met lezen. En doordat ze er moeite mee hebben, vinden kinderen lezen ook niet meer leuk. Een boek lezen voor het slapen gaan is niet meer de normaalste zaak van de wereld: Kinderen gaan steeds minder lezen en oefenen hun vaardigheid in het lezen steeds minder. Het gevolg is dat ze steeds meer moeite met lezen krijgen, waardoor hun motivatie nog verder afneemt. Deze kinderen komen als het ware in een negatieve spiraal terecht.
Met het LIST-project kan het ontstaan van deze negatieve spiraal voorkomen en waar nodig doorbroken worden door te werken vanuit het betrokkenheidsperspectief van het lezen.
Het doel van het leesonderwijs is niet het aanleren van een techniek. Het doel van instructie bij lezen is het ontwikkelen van gemotiveerde en strategische lezers die het feit dat ze geletterd zijn, gebruiken om te leren Žn gebruiken om te lezen voor hun plezier. De techniek van het lezen is slechts een middel om dat doel te bereiken.
In het project wordt daarom de techniek van het lezen steeds verbonden met leesbegrip en leesbeleving. Bij het aanvankelijk lezen wordt gezorgd voor dagelijks terugkerende instructieblokken waarin van begin af aan aandacht is voor een scala aan activiteiten die betrekking hebben op lezen Žn schrijven. Vloeiend lezen wordt vooral bereikt door veel te lezen. De ontwikkeling van het vloeiend lezen wordt in het project bevorderd door het lezen van teksten.
Deze aanpak is gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten over het tot stand komen van het leesproces en uitgewerkt onder verantwoordelijkheid van Dr. Thoni Houtveen, Lector leerproblemen, in het bijzonder preventie van leesproblemen, verbonden aan de Hogeschool Utrecht.


422 Meer handen in de klas door co-teaching
Bert Groeneweg
In dit artikel wordt ingegaan op co-teaching als antwoord op de veranderingen die mogelijk worden na de heroverweging Passend Onderwijs (2009). De opeenvolging van beleidsmaatregelen – en nog te verwachten ontwikkelingen – op het gebied van Passend Onderwijs wordt toegelicht en in relatie gebracht met mogelijkheden om de gelden voor lesgeven aan leerlingen met een grotere ondersteuningsbehoefte aan te wenden ten dienste van co-teaching. Uitvoerig wordt stilgestaan bij wat co-teaching (niet) is en welke voorwaarden er gesteld kunnen worden aan de invoering van co-teaching in het onderwijs. Ten slotte worden voorbeelden gegeven van vragen die gesteld mogen en moeten worden aan de leraren, begeleiders en directie die een start willen maken met co-teaching.

434 Retro Perspectief

441 (Aan)sprekend verleden

448 Weetwinkel

456 Binnengekomen boeken