Tijdschrift voor Lerarenopleiders — Jrg. 35 (juni 2014) Nr. 2

  3  REDACTIONEEL
Gerda Geerdink

  5  Leren van de toetsing van de kennisbasis rekenen-wiskunde
Ronald Keijzer & Dirk de Vries
De Nederlandse lerarenopleidingen basisonderwijs zijn druk bezig met de implementatie van de kennisbasis rekenen-wiskunde, die de wiskundekennis van aanstaande leraren beschrijft. Dit artikel beschrijft hoe het gezamenlijk analyseren van rekenwerk van studenten door lerarenopleiders rekenen-wiskunde een bruikbaar middel blijkt om het opleidingsonderwijs dat past bij de kennisbasis te doordenken. De lerarenopleiders laten aldus ook zien dat een werkwijze die zij hun studenten voorhouden ook toegepast kan worden in de eigen opleidingspraktijk.

15  Toekomstige leraren voorbereiden op onderwijs in een grootstad
Sarah D’Hondt, Rudi Janssens & Katrien Struyven
Hoe kan de lerarenopleiding toekomstige leraren efficiënt voorbereiden op het lesgeven in een grootstedelijke contaxt? Dat is de initiële vraag van deze beschouwing. De opdracht van de hedendaagse leraar in de grootstad is immers veelzijdig en vraagt een aangepaste taakinvulling. Concreet stellen we ons de vraag in hoeverre het huidige competentieprofiel van de leraar aansluit bij de behoeften van de beginnende leraar in de grootstad. Vertrekkende van de internationale literatuur over grootstad en onderwijs, situeren we de Brusselse eigenheid en wordt via een inhoudsanalyse van de huidige basiscompetenties in Vlaanderen en Nederland gekeken hoe deze aangevuld kunnen worden met als doel als leraar optimaal te functioneren in een veranderende, pluriforme samenleving.

25  Schrijfidentiteit en schrijfsucces: leraar en opleider als model
Anjette van de Ven
De inspectie maakt zich zorgen over de kwaliteit van het schrijfonderwijs in Nederland. Zij ziet bij het leren schrijven van zakelijke en verhalende teksten onder meer een verbeterpunt in leraargedrag. Dat gedrag uit zich echter niet alleen in gekozen aandacht en didaktiek. Leraargedrag is verbonden met het beeld dat de leraar, bewust of onbewust, heeft van zijn eigen schrijverschap. Volgens onderzoek blijken leraren weinig zelf te schrijven. De vraag is dan hoe zij modelgedrag kunnen laten zien. Voor een fundamentele verbeterslag is het nodig dat leraren zich bewust zijn van hun schrijfidentiteit. Die identiteit betreft het geheel van expliciete en impliciete schrijfopvattingen van de leraar, zijn schrijforiëntatie die zich uit in de keuzes rondom instructie in de klas en zijn leraareffectiviteit met betrekking tot schrijfonderwijs. Deze beschouwing bevat een pleidooi voor verkenning, bewustwording en analyse van schrijfidentiteit en de betekenis ervan voor het handelen in de klas. Lerarenopleiders hebben hierbij een inhoudelijke en coachende functie. Zij kunnen met behulp van kennis over schrijfidentiteit, instrumenten als schrijfautobiografieën en voorbeeldgedrag (aanstaande) leraren beter toerusten voor effectief en motiverend schrijfonderwijs.

35  De onderzoeksrol voor lerarenopleiders in het HBO: een internationaal perspectief
Fer Boei, Martijn Willemse, Gerda Geerdink, Quinta Kools & Haske van Vlokhoven
Onderzoek doen en leraren opleiden die hun eigen beroepspraktijk onderzoekend kunnen vernieuwen is een relatief nieuwe taak voor lerarenopleiders binnen de hogescholen in Nederland en Vlaanderen. Internationaal hebben zich eerder vergelijkbare ontwikkelingen voorgedaan. Hieruit zijn drie thema’s te destilleren die ook voor de Nederlandse en Vlaamse context relevant zijn, namelijk de positionering van de lerarenopleidingen in het bestel van het hoger onderwijs, de veranderende rol en taken van de lerarenopleider en de verschuivingen in de onderzoeksopvatting. In dit artikel schetsen we kort het waarom van de nieuwe ontwikkelingen en zullen we verder ingaan op de drie thema’s. Op basis hiervan zal een aantal gemeenschappelijke aandachtspunten bij de inplementatie van de onderzoeksfunctie worden beschreven. Deze aandachtspunten zijn: (1) aandacht voor discussie over de definitie van onderzoek en de rolopvatting van de opleiders, (2) aandacht voor de professionele ontwikkeling en de ruimte om onderzoek uit te proberen en (3) het creëren van de juiste randvoorwaarden.

45  En wat als … kritisch reflecteren niet vanzelfsprekend is?
Jean-Claude Callens & Jan Elen
Aan studenten in de lerarenopleiding (en leraren) wordt zeer geregeld gevraagd te reflecteren, en meer bepaald wordt hierbij verwacht dat ze een niveau van kritisch reflecteren bereiken. Kritisch reflecteren wordt vaak omschreven als het eindpunt van een groeiproces in verschillende fases. Onduidelijk is evenwel of empirisch een opeenvolging van verschillende fases kan worden aangetoond. 596 reflecties uit vier verschillende studies met studenten in de lerarenopleiding werden in een secundaire analyse samengenomen. Op basis van de resultaten uit dit onderzoek blijkt dat 1) participanten gemiddeld zeer laag scoren op kritisch reflecteren en 2) de idee van opeenvolgende fases met als eindpunt kritisch reflecteren niet kan worden bevestigd. Focusverschuiving is een omschrijving die waarschijnlijk meer aansluit bij de empirische vaststellingen. Zo blijkt bijvoorbeeld dat startende studenten zich in hun reflecties meer -in vergelijking met derdejaarsstudenten- richten op technische aspecten van het lesgeven; en derdejaarsstudenten meer op de structurele en organisatorische context van een school. Op basis van de resultaten van dit onderzoek worden in het besluit mogelijke implicaties voor de begeleiding van studenten beschreven.

57  Thematisch werken geeft ruimte / De kracht van de competentiegerichte opleiding van Fontys Pabo ‘s-Hertogenbosch
Mariken van Roosmalen-Noppen & Joost van Berkel
Het lijkt logisch: door op een pabo thematisch te werken zorg je voor betekenisvol onderwijs. Maar, werkt het zo eenvoudig? Studenten en docenten van Fontys Pabo ‘s-Hertogenbosch zien het thema-aanbod als de kern van het onderwijs. In het opleiden van leerkrachten streven we met ons competentiegericht en vraaggestuurd curriculum naar betekenis, integratie en authenticiteit. Wat zijn de factoren die ervoor zorgen dat thematisch onderwijs echt toegevoegde waarde heeft? We vinden deze in het onderwijsconcept, de rol van de docent en student, de kracht van ontwikkelingsgerichte feedback en de samenwerking tussen de werkplek en de opleiding. We beschrijven in dit artikel hoe het thematisch werken binnen Fontys Pabo ‘s-Hertogenbosch is ingericht, wat het heeft opgeleverd voor de betrokkenen en welke aanbevelingen we doen aan opleiders. In dit artikel zoemen we in op de propedeuse, omdat we vooral in die studiefase werkzaam zijn.

67  Boekenrubriek
Loes de Vries
– Georganiseerde begeleiding bij opleiden in de school (oids). Een onderzoek naar het begeleiden van werkplekleren van leraren in opleiding – Chris Kroeze (2014)
– Praktijkboek voor leraren. Professionele ontwikkeling op de werkplek – Walter Geerts, Joke van Balen, Wybe Postma (2014)
– Wetenschappelijke doorbraken de klas in! Deel 3. Waarnemen en bewegen, Onder invloed en Gevaarlijke ideeën – Marieke Peeters, Winnie Meijer & Roald Verhoeff (red) (2014)
– Hoe bedenk je het?! Creatief denken in het basisonderwijs (met 110+werkvormen en lesssuggesties) – Jenny de Bode & Lia Nijman (2014)
– Taalbewust beroepsonderwijs. Vijf vuistregels voor effectieve didactiek – Tiba Bolle & Inge van Meelis (2014)
– Het Grote Sociale Verhalen Boek (reeks Autisme Classic) – Carol Gray (2014)
– Gedrag is meer dan je ziet! Wat iedere leerkracht moet weten over gedragsproblemen en gedragsstoornissen – Willem de Jong (2014)

75  Over de auteurs