Tijdschrift voor Lerarenopleiders — Jrg. 34 (juni 2013) Nr. 2

3 We kunnen weer heel veel van elkaar leren!
Redactioneel
Gerda Geerdink

5 UITZIGT: assessmentinstrument om UITstroomcompetentie van Zij-Instromers in de lerarenopleiding Ge•ntegreerd te Toetsen
Ilse Van Heddegem, Kristien Carnel & Ann Adriaenssen
In het kader van het project ‘UITZIGT’ (2010-2012), gefinancierd met middelen van het expertisenetwerk ‘School of Education Associatie KU Leuven’, Ontwikkelden de bacheloropleidingen leraar lager onderwijs en de Katholieke Hogeschool Leuven en van Thomas More Mechelen en de specifieke lerarenopleiding van het Centrum voor Volwassenenonderwijs VIVO Kortrijk een instrument om UITstroomcompetenties van Zij-Instromers in de lerarenopleiding Ge•ntegreerd te Toetsen. Met dit ontwikkelwerk willen de partners andere opleidingsinstellingen ook inspireren over de wijze waarop ze een antwoord hebben gezocht op de ervaren behoefte om in opleidingsprogramma’s voor zij-stromers een meer ge•ntegreerde en competentiegerichte benadering van de eindtoetsing te ontwerpen. In dit artikel wordt toegelicht vanuit welke behoeften dit instrument werd ontwikkeld, hoe dit instrument is opgebouwd, en wat de implementatie ervan in het toetsbeleid van de lerarenopleidingen te betekent.

17 De zorg om de goede leerkracht: een kritische kijk op het competentiedenken
Katrien Struyven & Carlijne Ceulemans
De laatste twee decennia verschenen in Nederland en Vlaanderen professionele standaarden en beroepsprofielen voor leraren en lerarenopleiders. Daarmee volgen we een internationale trend. Professionele standaarden zijn in het onderwijs vandaag zo vertrouwd en vanzelfsprekend geworden dat we niet langer stilstaan bij deze manier om over ‘de goede leraar’ te spreken. In dit artikel combineren we een onderzoeksbenadering met een opini‘rende insteek om een aantal kanttekeningen te formuleren bij het competentiedenken zoals het Centraal staat de vraag hoe de zorg voor de goede leraar zich kan verhouden tot de dwingende normering die beroepsstandaarden en competentielijsten onlosmakelijk met zich mee lijken te brengen. We vertrekken daarbij enerzijds van bevindingen uit twee empirische studies die onafhankelijk van elkaar gebeurden. Anderzijds bieden we met dit artikel een weergave van een symposium op het Congres voor Lerarenopleiders 2012 ‘Over het muurtje’ in Antwerpen.

29 Ervaringen met een inductietraject voor beginnende lerarenopleiders
Quinta Kools & Rita Schildwacht
Beginnende lerarenopleiders verdienen speciale aandacht. Uit literatuur blijkt dat zij in hun inductieperiode te maken hebben met een aantal spanningsvelden, zoals onzekerheid over de eigen vakbekwaamheid, onzekerheid over de rol als opleider en het ingroeien in de organisatie. Bij Fontys Lerarenopleiding Tilburg is op basis van aanbevelingen uit de literatuur een inductietraject opgezet voor nieuwe collega-opleiders. We beschrijven in dit artikel hoe dit vakgroepoverstijgende traject er uitziet, wat het heeft opgeleverd voor de deelnemers en welke aanbevelingen we kunnen doen aan andere lerarenopleidingen.

33 Cursus voor professionalisering van leraren: succes en problemen
Yvonne Leeman & Wim Wardekker
In 2005 is het Lectoraat Pedagogisch Kwaliteit van het Onderwijs aan de Hogeschool Windesheim begonnen met een ontwerpgericht onderzoek naar het professionaliseren van leraren door hen in een cursus te stimuleren om op onderzoekende wijze te werken aan de verbetering van hun onderwijs. Gedurende drie ontwerp- en onderzoeksfasen zijn acht cursussen gegeven aan leraren voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs. Wij hebben eerder over de eerste twee fasen gerapporteerd (Leeman & Wardekker, 2010b). In dit artikel doen we verslag van het hele project, inclusief de derde en laatste fase. De algemene waardering van de leraren voor de cursus is in de loop van de ontwikkelfasen toegenomen. Echter, het hele traject overziend, komen er bij ons kritische vragen op over de opzet van de cursus en van het onderzoek. Daarop gaan we in de laatste paragraaf in, na eerst verslag te hebben gedaan van de uitgangspunten, de aanpak en de resultaten van het onderzoek naar de cursus.

45 (Discussiebijdrage) Zeg niet: ‘Zelfstudie’, maar: ‘LOEP-benadering, Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk’
Geert Kelchtersmans
Sedert het begin van de jaren ’90 heeft de zogenaamde Self-Study of Teacher Education Practices (S-STEP) internationaal veel weerklank gevonden in het onderzoek over de lerarenopleiding. De voorbije jaren heeft ‘self-study’ ook in het Nederlandse taalgebied opgeld gemaakt. In deze discussiebijdrage wil ik een lans breken om in het Nederlandse ‘self-study’ niet te vertalen als ‘zelfstudie’ (of ‘zelfonderzoek’), maar wel te spreken over de ‘LOEP-benadering’ (zie Kelchtermans & Vanessche, 2010; Kelchtermans, Vanassche & Deketelaere, 2013). Mijn motieven voor deze discussiebijdrage zijn zeker niet van taalpuristische aard of ingegeven door een neiging tot Vlaams-Nederlandse taalstrijd. Maar de juiste woordkeuze bij vertaling doet ertoe. Een adequate vertaling is essentieel voor een adequaat begrip en -uiteindelijk- voor een adequaat gebruik. Daar is het me om te doen. Ik maak eerst duidelijk dat onzuivere vertalingen foutieve betekenisassociaties kunnen oproepen die tot misverstanden leiden. Nog problematischer echter is dat door die termen de inhoud van de boodschap verschuift, waardoor de klemtoon ten onrechte komt te liggen op de persoon van de opleider. Hoe belangrijker die persoon ook is, uiteindelijk gaat het in ‘self-study’ niet over hem of haar, maar om zijn of haar praktijk als lerarenopleider. En dat is precies wat we vermijden door te spreken over de LOEP-benadering, Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk.

49 Het beroep van lerarenopleiders: zes rollen
Mieke Lunenberg, Fred Korthagen & Jurri‘n Dengerink
Het beroep van lerarenopleider verschilt wezenlijk van het beroep van leraar (Murray & male, 2005). Swenne, Jones en Volman (2010) benadrukken dat de transitie naar leraar van leraren en onderzoeker sleutelelementen zijn in de ontwikkeling tot lerarenopleider. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de professionele rollen van leraar van leraren en onderzoeker een prominente plaats innemen in de resultaten van een literatuurstudie naar het beroep van lerarenopleider. Deze studie hebben wij in 2012 uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek/Programmaraad voor het Onderwijsonderzoek (NWO-PROO). Maar uit onze studie blijkt dat er ook nog vier andere rollen van lerarenopleiders kunnen worden ge•dentificeerd: begeleider, curriculumontwikkelaar, poortwachter en bruggenbouwer.

61 Positive Behavior Support (PBS) binnen het pabocurriculum
Elsbeth Ruiterkamp & Cathy van Tuijl
Samen met leerlingen, leerkrachten en ouders een positief schoolklimaat cre‘ren, waarin gewenst gedrag wordt bevorderd cq gedragsproblemen worden voorkomen. Dat is waar Positive Behavior Support (PBS) voor staat. In het kader van Passend Onderwijs zou PBS een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de pedagogische handelingsverlegenheid die we waarnemen bij met name beginnende leerkrachten t.a.v. ongewenst gedrag (Goei & Kleijnen, 2009). PBS is sterk gericht op bevorderen van gewenst gedrag bij leerlingen, zodat elke leerling kan profiteren van het geboden onderwijs (Golly & Spraque, 2009). De aanpak is gericht op alle leerlingen. Binnen het pabocurriculum van Hogeschool Edith Stein (HES) in Hengelo hebben studenten in de werkplekbekwame fase (derde studiejaar) vanuit het vak pedagogiek/onderwijskunde ervaren welke bijdrage PBS kan leveren aan een positief onderwijsklimaat waarin zowel de leerling als de leerkracht het best tot haar recht komt. In dit artikel wordt beschreven op welke wijze PBS binnen het pabo curriculum is ingezet en aangeboden.

69 Beroepspraktijk vraagt om (h)erkenning en ontwikkeling van persoonlijke professionaliteit
Frank Cornelissen
De maatschappij en de wereld van leerlingen veranderen in hoog tempo en scholen moeten hier voortdurend op een goede manier bij aansluiten. Dit heeft de beroepspraktijk van leraren in bepaalde opzichten ingewikkelder gemaakt: vakinhouden veranderen snel, de kennis over lesgeven breidt zich uit, leraren hebben veel ‘sociaal werk’ taken, er is een groeiende multiculturaliteit onder leerlingen, leerlingen met speciale onderwijsbehoeften worden ge•ntegreerd in reguliere klassen, enzovoorts. In zijn verkenning ‘Leraar zijn. Meer oog voor persoonlijke professionaliteit’ beschrijft de Onderwijsraad de uitdagende en soms complexe beroepspraktijk van leraren (Onderwijsraad, 2013). De raad is in gesprek met ruim 140 leraren en andere deskundigen op zoek gegaan naar wat het tegenwoordig precies van individuele leraren vraagt om op een goede, professionele manier hun dagelijkse werk te doen: hun persoonlijke professionaliteit. De bedoeling is om met deze verkenning het discours over de versterking van de professionaliteit van leraren te verbreden, te verdiepen en aan te jagen. In dit artikel wordt eerst stilgestaan bij hoe de Onderwijsraad naar professionaliteit heeft gekeken (deel 1). In het tweede deel wordt ingezoomd op hoe de beroepspraktijk van leraren er vandaag de dag uitzien. In het derde deel worden ten slotte enkele kernaspecten beschreven van de persoonlijke professionaliteit die leraren nodig hebben om in deze beroepspraktijk goed te handelen. De ontwikkeling van deze aspecten zou een vanzelfsprekend onderdeel moeten (gaan) uitmaken van lerarenopleidingen en nascholingsprogramma’s.

81 Boekenrubriek
‘Collaboration in groups during teacher education’
– ‘Promoting self-regulated learning in primary teacher education’
– ‘Pedagogische tact. Op het juiste moment het juiste doen, ——k in de ogen van de leerling’
– ‘Juf in actie. Belevenissen van een docent in barre tijden’
‘Actief met rekenen en wiskunde. Gevarieerde wiskundige activiteiten’

87 Over de auteurs