Pedagogische Studiën — Jrg. 96 (mei 2019) nr. 2

Het vergroten van de mondelinge taalvaardigheid van jonge leerlingen door samenwerkend leren in Succes for All-lessen
M.A. Veldman, S. Doolaard, T.AB. Snijders, R.J. Bosker
In deze studie is onderzocht of leerlingen die een jaar lang Success for All-lessen hebben gevolgd een hoger niveau van mondelinge taalvaardigheid tijdens groepswerk laten zien dan leerlingen in een controleconditie. Success for All (SfA) is een schoolverbeteringsprogramma met als hoofddoel het vergroten van de taal leesvaardigheid van alle leerlingen. Samenwerkend leren is een belangrijk component van het programma, naast verschillende andere componenten zoals ouderbetrokkenheid en tutoring. Aan het eind van het schooljaar, werkten groep 3-leerlingen 6 of 7 jaar oud samen aan een groepstaak, d.w.z. het bespreken van een sociaal dilemma, in groepjes van vier leerlingen. In totaal participeerden 160 leerlingen in deze studie: 96 leerlingen in de SfA-conditie en 64 leerlingen in de controleconditie. Met behulp van een codeerschema zijn alle uitingen van de leerlingen gecodeerd. Wilcoxon rank sum testen laten bij de SfA-leerlingen een hoger niveau van mondelinge taalvaardigheid zien. In vergelijking tot de leerlingen in de controleconditie uiten de SfA-leerlingen meer uitgebreide elaboraties van proposities en stellen ze meer open elaboratievragen. De resultaten deze studie wijzen erop dat samenwerkend leren in SfAlessen bijdraagt aan de mondelinge taalvaardigheid van jonge basisschoolleerlingen.

Leerling- en taakgerelateerde voorspellers van percepties van basisschoolleerlingen over coöperatieve leeractiviteiten
J.M. Mouw, N. Saab, R.J. Pat-El, P. van den Broek
Om het succes van coöperatief leren te kunnen effectueren, is het belangrijk om de percepties van leerlingen over specifieke samenwerkingsactiviteiten te begrijpen. De percepties die leerlingen over één en dezelfde coöperatieve leeractiviteit hebben kunnen namelijk sterk uiteenlopen. Om inzicht te krijgen in leerling- en taakgerelateerde bronnen van variabiliteit in de percepties die basisschool-leerlingen over een coöperatieve leeractiviteit hebben, is onderzocht of cognitief en sociaal inlevingsvermogen, de instructiemethode en individuele en groepsleerresultaten de percepties die leerlingen hebben over relatief gemakkelijke en complexere coöperatieve leertaken kunnen verklaren. Items uit de nieuw ontwikkelde PCLA-Q zijn gebruikt om percepties over de kwaliteit van groepswerk en de meerwaarde die een coöperatieve leertaak heeft voor het leerproces te meten. Multilevelanalyses tonen aan dat sociaal inlevingsvermogen de percepties over de kwaliteit van coöperatieve gedragingen verklaart, maar alleen wanneer aan een eenvoudige taak gewerkt wordt. Cognitief inlevingsvermogen verklaart variabiliteit in de attitudes die leerlingen hebben over de waargenomen gebruikswaarde van een complexe taak. Variabiliteit in leerlingpercepties is niet terug te leiden op verschillen in de instructiemodus. Er is sprake van een differentieel effect van leeruitkomsten: Het groepscijfer is een positieve voorspeller van de waargenomen gebruikswaarde en de percepties over de kwaliteit van coöperatieve gedragingen van zowel makkelijke als complexe taken. De individuele score op de kennistoets is daarentegen geen voorspeller van leerlingpercepties. Onze bevindingen suggereren dat de percepties die basisschoolleerlingen over coöperatief leren hebben variëren als functie van contextuele variabelen en leerlingkenmerken en in het bijzonder afhankelijk zijn van inlevingsvermogen, leerresultaten op groepsniveau en de complexiteit van de taak.

Effecten van taakstructuur en groepssamenstelling activiteiten van leerlingen met hoge cognitieve vermogens tijdens samenwerkend leren
J. Schuitema, S. Palha, C. van Boxtel , T. Peetsma
Samenwerkend leren kan een effectieve manier zijn om hogere orde processen te stimuleren bij leerlingen met hoge cognitieve vermogens in reguliere klassen. In dit onderzoek is nagegaan wat de effecten zijn van taakstructuur en groepssamenstelling op elaboratie en metacognitieve activiteiten van vwo5 leerlingen tijdens een groepsopdracht. 102 leerlingen werkten in kleine groepjes aan een laaggestructureerde of matig gestructureerde opdracht. Cognitief vermogen werd meegenomen als continue variabelen om gedifferentieerde effecten te onderzoeken. Het effect van de groepssamenstelling werd onderzocht met eveneens een continue variabele voor de cognitieve heterogeniteit van de groep. De groepsdialogen werden getranscribeerd en gecodeerd. De analyses lieten interactie-effecten zien tussen taakstructuur en cognitief vermogen op elaboratie en metacognitieve activiteiten. De taakstructuur had een negatief effect op de elaboratie van leerlingen met hoge cognitieve vermogens. Voor leerlingen met een lagere cognitieve vermogens had de taakstructuur een positief effect op elaboratie en metacognitieve activiteiten. Er werden geen effecten gevonden van de cognitieve heterogeniteit van de groep. Groepssamenstelling leek niet van invloed te zijn op de groepsinteractie van vwo 5 leerlingen. De resultaten bevestigen dat open groepsopdrachten met weinig begeleiding en aanwijzingen hogereordeprocessen kunnen stimuleren bij leerlingen met hoge cognitieve vermogens en hen de uitdaging kunnen bieden die ze nodig hebben.

Coöperatief en collaboratief leren: het overwegen van vier dimensies van leren in groepen
M.A. Veldman, D. Kostons
n dit themanummer zijn vier bijdragen gebundeld over effectief leren in groepen. De focus ligt op processen die zich voordoen tijdens leren in groepen, zoals het niveau van interacties en de inzet van metacognitie, evenals invloeden op dit proces, zoals percepties op de leeractiviteit en de structuur van de leeractiviteit. In deze inleiding richten we ons op wat wordt bedoeld met coöperatief leren en collaboratief leren (collaborative and cooperative learning) om een kader te creëren voor de vier bijdragen aan dit themanummer. We benoemen vier dimensies om coöperatief leren en collaboratief leren te onderscheiden: 1) structuur van de taken en activiteiten, 2) leerkracht of leerling gecentreerd,de leerlingen. Vervolgens stemmen we de bijdragen van dit themanummer af op deze vier dimensies, om te zien of de dimensies concreet bruikbaar zijn om onderscheid te maken tussen coöperatief en collaboratief leren. 3) type kennis, en 4) leeftijd en/of opleidingsniveau.

Leidt samenwerkend gebruik van leerstrategieën tot beter tekstbegrip?
D. Kostons
Het begrip van teksten vereist van leerlingen in het primair onderwijs gebruikelijk het inzetten van leesstrategieën, met name als het gaat om moeilijke teksten. De breedte van scala aan mogelijke leesstrategieën die ingezet kunnen worden, is mogelijk teveel voor de individuele leerling en kan daardoor juist afbreuk doen aan het begrip van de tekst. In deze studie, werden 327 leerlingen in één van drie condities geplaats: een zelf lezen conditie, een ongestructureerde samenwerk conditie en een gestructureerde samenwerk conditie. De structuur kwam voort uit leesrollen die individuen in de groep moesten vervullen. De verwachting was dat de structuur zou helpen in het kiezen en toepassen van leesstrategieën en daardoor tot betere leesprestaties en minder mentale inspanning zou leiden. Echter, de resultaten staan in sterk contrast met deze verwachting, want het waren de individuen die het best presteerden. Met betrekking tot mentale inspanning, was er een sterk effect van de moeilijkheid van de tekst.