Pedagogische Studiën — Jrg. 95 (augustus 2018) nr. 2

57 Opvattingen en verwachtingen van moeders op het Groninger platteland
B.G. Poolman, J.M. Doornebal, P.P.M. Lesema, A.E.M.G. Minnaert
Diverse onderzoeken die inzicht trachten te verkrijgen in de grote verschillen in taalprestaties van jonge kinderen in Noordoost Groningen, maakten duidelijk dat deze verschillen een intergenerationele achtergrond hebben. Opvattingen van ouders ten aanzien van opvoeding en onderwijs en hun verwachtingen van kinderen spelen daarbij een belangrijke rol. Eerder onderzoek maakte duidelijk dát opvattingen en verwachtingen van ouders verband houden met de taalprestaties van kinderen. In deze studie worden de opvattingen en verwachtingen van dertien moeders uit de genoemde regio geëxpliciteerd door middel van diepte-interviews. Analyse van de gesprekken leverde vier profielen op: Klassieke plattelanders, Stedelingen en nieuwe plattelanders, Zelfbewusten en Distantiërenden die zich onderscheiden in de mate waarin de eigen opvoeding wordt voortgezet en de mate waarin de cultuur van geletterdheid aansluit bij schoolgeoriënteerde doelen. De analyses illustreren dat zowel sociaaleconomische, culturele als psychologische factoren bepalen of en hoe de moeders de opvoeding continueren die ze zelf hebben ervaren.

86 The relationship between teachers’ work motivation and classroom goal orientation
M. Fokkema-Bruinsma, E.T. Canrinus, M. Ten Hove, L. Rietveld
De relatie tussen docentmotivatie en hun klasdoelstructuren In dit onderzoek is gekeken naar de relatie tussen werkmotivatie van VO docenten (vanuit een zelfdeterminatie perspectief) en de bevordering van doelen (vanuit de achievement goal theorie) in hun klas. Er is gekeken naar in hoeverre docenten leerdoelen bevorderen, d.w.z. doelen die gericht zijn op leren en inspanning, in plaats van prestatiedoelen, d.w.z. doelen waarin de focus ligt op competitie. 154 docenten hebben een vragenlijst ingevuld met daarin vragen over hun achtergrond, werkmotivatie en de klasdoelen die zij bevorderen. Het onderzoek laat zien dat docenten vooral autonoom gemotiveerd zijn, en dat docenten hoog scoren op het bevorderen van leerdoelen. Gecontroleerde motivatie blijkt een significante voorspeller voor prestatiedoelen, maar niet voor leerdoelen. Autonome motivatie daarentegen blijkt gerelateerd te zijn aan leerdoelen, maar geen significante voorspeller te zijn wanneer achtergrondkenmerken aan het regressiemodel worden toegevoegd. Aanvullende analyses geven ook het belang van achtergrond kenmerken zoals sekse, jaren lesgeefervaring en onderwijstype (VMBO, HAVO, of VWO). Met deze bevindingen kunnen we meer inzicht krijgen in de vraag hoe we er voor kunnen zorgen dat docenten leerdoelen in hun klas bevorderen.

101 De secundaire Schoolloopbanen van Freinet Studenten in Vlaanderen
A. Ramos, M. Vandecandelaere
In Vlaanderen volgen steeds meer leerlingen basisonderwijs op een methodeschool. Dat zou gevolgen kunnen hebben voor de secundaire schoolloopbaan van deze leerlingen. In deze studie vergeleken we de secundaire schoolloopbanen van leerlingen die Freinetonderwijs volgden met leerlingen die traditioneel basisonderwijs volgden. Meer concreet onderzochten we bij beide groepen de gekozen onderwijsvorm in het derde en vijfde jaar van het secundair onderwijs, alsook eventuele onderwijsvertraging. Er werd gebruik gemaakt van de data van een grootschalig, longitudinaal onderzoek in Vlaanderen, namelijk het project ‘Schoolloopbanen in het basisonderwijs’ (SiBO). De gegevens werden geanalyseerd met behulp van propensityscore analyse, contingentie tabellen en multinomiale regressie. Uit de resultaten blijkt dat leerlingen uit het Freinetonderwijs in het vijfde jaar aanzienlijk meer kans hebben om in het kunst secundair onderwijs (KSO) terecht te komen. Voor andere onderwijsvormen stelden we geen betekenisvolle verschillen vast tussen de twee groepen.