Pedagogische Studiën — Jrg. 94 (maart 2017) nr. 1

Relaties in de klas: een multi-level onderzoek naar voor- spellers van de leerkracht-leerling relatie en peer relaties op individueel en klasniveau|
A.G.W. Nieuwboer, C. van Tuijl

Dit artikel levert een bijdrage aan het verklaren van verschillen in peer relaties en leerkracht – leerling relaties rekening houdend met de geneste structuur van de gegevens. Gebaseerd op twee typen informanten (leerlingen en leerkrachten) en twee leeftijdsgroepen (bovenbouw basisonderwijs en vmbo) wordt nagegaan wat de invloed van individuele ken- merken en de klas- en gezinscontext is op peer relaties en leerkracht – leerling relaties. In dit onderzoek maken we gebruik van data uit het Nederlandse onderwijs waarin 778 leerlingen participeerden. Ter controle is een tweede meetmoment bij dezelfde groep uitgevoerd. Met behulp van multilevel analyses is onderzocht in hoeverre variabelen op individueel niveau (geslacht, leerkracht – leerling relatie resp. peer relaties en gezinsrisico’s) en klasniveau (klasklimaat en leerlingrisico op klasniveau) de peer relaties resp. de mate van conflict tussen leerkracht en leerling voor- spellen, zowel in het basisonderwijs als in het vmbo. De analyses tonen aan dat voor het basisonderwijs geslacht, conflict en gezinsrisico’s geassocieerd is met peer relaties. In de vmbo-groep vinden we alleen een significant effect van gezinsrisico’s op peer relaties. Voor de leerkracht – leerling dimensie conflict worden in het basisonderwijs significante effecten gevonden van geslacht, gezinsrisico en peer relaties’. In de vmbo-groep vinden we effecten van tijd, geslacht, peer relaties en gezinsrisico, maar ook van variabelen op klasniveau: respect en persoonlijk risico als kenmerk van de klas. Vergelijking van de predictoren tussen de twee meetmomenten toont een redelijk consistent beeld van voor- spellers. Implicaties voor de praktijk worden gegeven.

Taalgerichte vakondersteuning in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs
P.W. van Schaik, A.A. Bastiaanse, N.S. van Schaik-Maljaars, M. Bloemhof, W.F. Admiraal
Waar bij het vak Nederlands teksten leren lezen een leerdoel is, is goed lezen bij de bèta- en gammavakken een middel om tot beter begrip van het vak te komen. Maar niet alle leerlingen beheersen leesstrategieën in voldoende mate om opgaven goed te begrijpen (Hacquebord, 2006). Daarom is in dit onderzoek een lessen- serie ontworpen, geïmplementeerd en geëva- lueerd waarin in drie lessen leerlingen worden ondersteund in leesstrategieën die kunnen worden toegepast om teksten in de bèta- en de gammavakken in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs goed te begrijpen. Re- sultaten laten zien dat docenten de taalsteun waarderen, maar op een meer natuurlijke wijze in hun lessen willen inzetten. Daarnaast geven resultaten aan dat leerlingen door het bieden van taalsteun op twee van de vier onderscheiden leesstrategieën vooruitgang boeken. Een belangrijke uitkomst van het on- derzoek is de bewustwording bij de betrokken docenten van verschillende manieren om het gebruik van leesstrategieën door leerlingen te ondersteunen.

Het gebruik van data door lerarenopleiders van de pabo
E. Bolhuis, K. Schildkamp, H. Luyten, J. Voogt
Van leerkrachten wordt steeds meer gevraagd data te gebruiken om hun onderwijs te optimaliseren, maar geldt dit ook voor lerarenopleiders? In dit onderzoek is gekeken naar de manier waarop lerarenopleiders op de pabo aandacht besteden aan datagebruik: hoe zij aanstaande leerkrachten leren data te gebruiken, zelf data gebruiken en welke factoren dit eigen gebruik van data beïnvloeden. Onder lerarenopleiders in de pabo’s werd de vragenlijst Datagebruik uitgezet, waarop 113 lerarenopleiders uit 10 pabo’s hebben gereageerd. Van vijf pabo’s zijn lerarenopleiders aanvullend geïnterviewd. De data zijn met beschrijvende statistiek en een regressieanalyse geanalyseerd. Uit de resultaten blijkt dat de meerderheid van de lerarenopleiders aanstaande leerkrachten geïntegreerd leert om te gaan met data. Zelf gebruiken lerarenopleiders met name data ter verantwoording en minder voor het ontwikkelen van de opleiding en voor het aanpassen van de instructie. Het gebruik van data ter verantwoording wordt vooral beïnvloed door kenmerken van de gebruiker, de samenwerking en de data. Het gebruik van data voor de ontwikkeling van de opleiding wordt beïnvloed door kenmerken van de organisatie en de samenwerking. Tot slot blijkt dat geen van de gemeten factoren van invloed is op het gebruik van data om de instructie aan te passen.

Lea Dasberg’s joodse denken Boekbespreking van: Lea Dasberg, historica en pedagoog, hovenier in het hof der historie
W. Koops
Marion de Ras, gepromoveerd in de his- torische pedagogiek, hoogleraar genderstu- dies en sociologie in Nieuw Zeeland en in Duitsland, schreef een biografie van de door haar bewonderde promotor/leermeester Lea Dasberg (De Ras, 2016). Ik hoopte op een boek dat mij terug zou voeren naar de tijd dat Dasberg een rol speelde in de theoreti- sche en historische pedagogiek en misschien nieuwe gegevens en inzichten zou opleve- ren. Helaas is dat maar in zeer beperkte mate het geval. Het boek gaat eigenlijk vooral over het jood-zijn van Dasberg, en over haar historisch werk over joodse geschiedenis. En ja, ook over haar pedagogisch werk, maar niet zo dat er iets nieuws te leren valt, noch over het vak, noch over Lea Dasberg als hoogleraar pedagogiek.