Pedagogische Studiën — Jrg. 94 (februari 2018) nr. 5

Inzicht in de verklaringsbasis voor studiesucces bij eerstejaarsstudenten in Nederland en Vlaanderen: een overzichtsstudie
E. van Rooij, J. Brouwer, M. Fokkens-Bruinsma, E. Jansen, V. Donche, D. Noyens
Deze overzichtsstudie biedt inzicht in factoren die belangrijk zijn bij het verklaren van studiesucces van eerstejaarsstudenten in het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs. De resultaten, gebaseerd op 39 wetenschappelijke studies, toonden aan dat bekwaamheidsfactoren, kenmerken van de vooropleiding, de leeromgeving in het hoger onderwijs, en studentbetrokkenheid het meest succesvol waren in het verklaren van studiesucces. De waarde van verklarende factoren verschilde binnen veel categorieën van predictoren naar gelang de uitkomstmaat van studiesucces. Bekwaamheid en kenmerken van de leeromgeving waren met name belangrijk wanneer de uitkomstmaat het gemiddeld cijfer (GPA) of aantal studiepunten (EC) was. Persoonlijkheid, motivatiefactoren, en leerstrategieën speelden voornamelijk een rol in het verklaren van GPA. Demografische factoren waren vooral belangrijk voor EC, en psychosociale factoren voor EC en retentie. Kenmerken van de vooropleiding en studentbetrokkenheid, tot slot, waren ongeveer gelijkmatig aan alle drie de uitkomstmaten gerelateerd. Op basis van de resultaten van deze overzichtsstudie formuleren we aanbevelingen voor toekomstig onderzoek.

Leerstijlen en leerinhouden
J. Kaldeway
Leerstijlen staan ter discussie. Er lijkt geen coherent raamwerk voor leerstijlen te zijn en wetenschappelijk bewijs ontbreekt dat matching, het aanpassen van de didactiek aan de leerstijl, leidt tot betere leerresultaten. Bij nadere inspectie blijkt het bestaan van leerstijlen niet zozeer onderwerp van kritiek, maar wel het aanpassen van lessen aan leerstijlen. Wat betreft de matchinghypothese blijkt het te gaan om een specifieke variant van inspelen op leerstijlen. Een alternatieve manier van inspelen op leerstijlen houdt rekening met de inhoud van de te verwerven leerstof en is gericht op verbreding van het leerrepertoire.

Klaar voor groep 3? Het perspectief van de leerkracht
J.C.M. Smeets-van Veldhoven, T. Bosma, W.C.M. Resing
In dit onderzoek stond de vraag centraal welke kindkenmerken een voorspellende waarde hebben in zake verwijzing naar groep 3 van de basisschool. Onderzocht is of het door leerkrachten beoordeelde sociaal-emotioneel en gedragsmatig functioneren, het taalbewustzijn van het kind en de leeftijd in maanden een relatie vertonen met verwijzing naar groep 3. Hiertoe observeerden leerkrachten de kinderen aan de hand van twee instrumenten, namelijk de gereviseerde Schoolgedragsbeoordelingslijst en de Signaleringslijst voor kleuters, ten behoeve van taalbewustzijn, als onderdeel van de geletterdheidsontwikkeling. Leeftijd in maanden en taalbewustzijn bleken een voorspellende waarde te hebben in zake verwijzing naar groep 3. Oudere kinderen en kinderen met een beter taalbewustzijn werden vaker verwezen naar groep 3 dan jongere kinderen en kinderen met een zwak taalbewustzijn. Van het sociaal-emotioneel en gedragsmatig functioneren bleek alleen ‘werkhouding’ en in mindere mate ‘extraversie’ een voorspellende waarde te hebben in zake verwijzing naar groep 3.

Is de cloze-toets een betrouwbare en valide maat voor begrijpend lezen?
M.M.L Muijselaar, E.H de Bree, E.G Steenbeek-Planting, P.F de Jong
De cloze-toets (een toets waarbij kinderen gaten in de tekst moeten opvullen) is een korte leestoets die gebruikt wordt om begrijpend lezen te meten. Maar over de kwaliteit van de cloze-toets als maat voor begrijpend lezen bestaat twijfel. In dit onderzoek is in twee studies de betrouwbaarheid en de validiteit van twee typen meerkeuze cloze-toetsen onderzocht: een cloze-toets met systematisch geplaatste gaten (SG), gaten die om het 11e woord zijn geplaatst, en een cloze-toets met variabel geplaatste gaten (VG), waarbij de gaten zo zijn geplaatst dat tekstbegrip wordt gevraagd. De eerste studie is uitgevoerd bij 312 kinderen uit groep 7, de tweede bij 100 kinderen uit de groepen 5 en 6. De resultaten van beide studies laten zien dat de VG cloze-toets hoger samenhangt met woordenschat dan de SG cloze-toets, terwijl de SG cloze-toets juist hoger samenhangt met technisch lezen dan de VG cloze-toets. Daarnaast hangt de accuratesse waarmee de cloze-toets wordt gemaakt hoger samen met begrijpend lezen dan de snelheidsscore. Geconcludeerd wordt dat de accuratessescore van de VG cloze-toets de meest valide cloze-toets is om begrijpend lezen te meten. De betrouwbaarheid van deze toets is echter onvoldoende. Daarom wordt geconcludeerd dat geen van de onderzochte varianten van de cloze-toets daadwerkelijk geschikt lijkt om begrijpend lezen te meten.