Pedagogische Studië‘n — Jrg. 90 (mei 2013) Nr. 3

Thema: ORD 2012

2 Inleiding op het nummer Onderwijsresearchdagen 2012
W. Admiraal, H. Biemans & M. Mulder
In 2012 zijn de jaarlijkse Onderwijsresearchdagen georganiseerd door Wageningen University en Stoas Wageningen I Vilentum Hogeschool, met als conferentiethema Ecologisch leren. Op basis van een eerste analyse van de kwaliteit van de ingediende abstracts bij de deelthema’s Curriculum en Leren en Instructie zijn zes auteurs van papervoorstellen uitgenodigd om hun manuscript ter beoordeling in te dienen bij de gastredactie. Uiteindelijk zijn vier manuscripten geaccepteerd voor opname in dit nummer: drie uit het themagebied Curriculum en ŽŽn uit het themagebied Leren en Instructie.

4 Ondersteuning op curriculumontwikkelexpertise van docentontwikkelteams
T. Huizinga, N. Nieveen, A. Handelzalts & J. Voogt
Docentontwikkelteams hebben ondersteuning nodig om kwalitatief goede leermiddelen te kunnen ontwikkelen. In dit onderzoek staat de ondersteuning aan docentontwikkelexpertise centraal. De ondersteuning van drie docentontwikkelteams waarbinnen docenten gezamenlijk leermiddelen ontwikkelen is onderzocht via een meervoudige casestudie. De resultaten laten zien dat de beoogde ondersteuning sterk afhankelijk is van de voorkeuren van de ondersteuner en de context waarbinnen de ondersteuning aangeboden wordt. Onderscheid kan gemaakt worden tussen meer proactieve en meer reactieve ondersteuning. De ervaringen van docenten met de ondersteuning laten zien dat docenten kritisch zijn over zowel de pro- als reactieve ondersteuning. Docenten van docententeams die reactieve ondersteuning hebben ontvangen laten een significante groei zien in hun vaardigheden om ontwikkeluitdagingen op te lossen. Concluderend lijkt het vinden van een goede balans tussen pro- en reactieve ondersteuning essentieel om de curriculumontwikkelexpertise van docenten in docentontwikkelteams te bevorderen.

21 Effecten van online mini-games op multiplicatieve vaardigheden van leerlingen in groep 4
M. Bakker, M. van den Heuvel-Panhuizen, S. van Borkulo & A. Robitzsch
Overzichtartikelen laten zien dat er nog onvoldoende bewijs is voor de leereffecten van educatieve computerspelletjes. De hier beschreven studie beoogde door een grootschalig gerandomiseerd experiment (n = 1005; 46 scholen) te onderzoeken of het spelen van reken-computerspelletjes bijdraagt aan de multiplicatieve vaardigheden van leerlingen in groep 4 van de basisschool. Er waren vier onderzoekscondities: op school spelen (E1), thuis spelen zonder aandacht op school (E2), thuis spelen met een nabespreking op school (E3) en, in de controlegroep, computerspelletjes op school spelen over andere rekenonderwerpen (C). In het onderzochte schooljaar werden gedurende twee periodes van 10 weken in totaal 16 mini-games gespeeld. De multiplicatieve vaardigheden zijn gemeten met een voor- en natoets. Regressie-analyses lieten zien dat over het geheel genomen de in groep 4 uitgevoerde interventie met multiplicatieve mini-games geen positief effect heeft gehad op de leerwinst van de leerlingen. De leerwinst in de drie experimentele groepen samen verschilde moet significant van die in de controlegroep. Echter, wanneer de afzonderlijke experimentele groepen vergeleken werden met de controlegroep, vonden we een marginaal significant effect (p = .07, d = 0.23) voor de E3-groep. Dus, hoewel harde bewijzen ontbreken, lijkt het thuis spelen met een nabespreking op school de meeste potentie te hebben.

37 Het gebruik van doelsystemen om de interpretatie en implementatie van conceptcontextonderwijs door biologiedocenten te begrijpen
N. Wieringa, F. J. J. M. Janssen & J. H. van Driel
Docenten moeten bij het inrichten van hun onderwijs rekening houden met een grote verscheidenheid aan doelen. Het is mogelijk de relatie tussen verschillende doelen en de lespraktijk weer te geven in een zogenaamd doelsysteem, waarin de doelen van een docent met hun onderlinge hi‘rarchische relaties worden weergegeven. Het doel van deze studie is te onderzoeken op welke manier doelsystemen gebruikt kunnen worden om de interpretatie en implementatie van vernieuwingen door te begrijpen. Het onderzoek is uitgevoerd in de context van een professionaliseringsprogramma voor biologiedocenten die concept-contextonderwijs wilden leren ontwerpen. Twaalf docenten namen deel aan dit programma. Tijdens een intakegesprek is het doelsysteem van alle docenten in kaart gebracht. Op grond van o.a. interviews, lesplannen en hardopdenkprotocollen is inzich verkregen in de interpretatie en implementatie van de vernieuwing door de deelnemende docenten. Er bleek een sterke relatie te zijn tussen met name de centrale doelen in het doelsysteem en de interpretatie van de vernieuwing, waarbij centrale doelen zijn gedefinieerd als doelen met twee of meer verbindingen met hoger of lager gelegen doelen. Ook negatieve verbindingen tussen doelen, die weergeven of bepaalde doelen andere doelen in het systeem tegenwerken, blijken een sterke invloed te hebben op de interpretatie van de vernieuwing.

56 Het combineren van causale en mathematische schema’s ondersteunt leerlingen in het gezamenlijk oplossen van realistische bedrijfseconomische probleemopgaven
B. Slof, G. Erkens & P. A. Kirschner
Deze studie richtte zich op de vraag of het achtereenvolgens maken van causale en mathematische begrippenschema’s leerlingen ondersteunt in het gezamenlijk oplossen van realistische bedrijfseconomische probleemopgaven. In totaal werken 102 VWO 4 leerlingen in drietallen aan de probleemopgave door achtereenvolgens de activiteiten van de (1) oplossingenfase (vaststellen van het probleem en formuleren van meerdere oplossingen) en (2) evaluatiefase (vergelijken van de financi‘le gevolgen van de oplossingen en komen tot een eindadvies) uit te voeren. De 34 groepen werden willekeurig toegekend aan vier experimentele condities en verschilden in de wijze waarop ze schema’s dienden te maken. Groepen in de causaal-mathematisch conditie (n = 8) maakten een oorzakelijk schema gedurende de oplossingenfase en een mathematisch schema gedurende de evaluatiefase. Groepen in de mathematisch-causaal conditie (n = 8) maakten beide schema’s in de omgekeerde volgorde. Groepen in de causaal (n = 9) en mathematisch (n = 9) condities maakten bij iedere probleemoplosfase hetzelfde soort schema (causaal respectievelijk mathematisch). Zoals verwacht hadden groepen die begrippenschema’s maakten die overeenkwamen met de activiteiten van de probleemoplosfase (causaal-mathematisch conditie) een hogere score voor hun oplossing voor het probleem en waren zij beter in staat om hun samenwerkingsproces te cošrdineren dan groepen in de andere condities.