Pedagogiek — Jrg. 33 (mei 2013) Nr. 1

3 Zelfs in maatpak…
COLUMN
Joep bakker

5 Allemaal opvoeders in de pedagogische civil society. Naar een theoretisch raamwerk van een ander paradigma voor opgroeien en opvoeden
ONDERZOEK

Marije Kesselring, Micha de Winter, Bob Horjus & Tom van Yperen
Met de introductie van het concept van de ‘pedagogische civil society’ is de eigen kracht van gezinnen en de ondersteuning daarvan door sociale netwerken, opnieuw op de agenda gezet. Deze contextuele benadering van opgroeien en opvoeden wordt onder meer geoperationaliseerd in ‘Allemaal opvoeders’. In dit programma verkennen elf Nederlandse gemeenten hoe informele steun rondom gezinnen versterkt kan worden. Dit artikel presenteert de programmatheorie van Allemaal Opvoeders. Deze dient als uitgangspunt voor de effectevaluatie en levert daarnaast een bijdrage aan de ontwikkeling van de pedagogische civil society als alternatief paradigma binnen het jeugd- en gezinsbeleid.

21 Bloemetjes en bijtjes of zaadjes en eitjes? (Opvattingen over) seksuele opvoeding in Nederland
ONDERZOEK
Hanneke de Graaf
Nederland heeft internationaal de reputatie een bijzonder open houding te hebben ten aanzien van seksualiteit van jongeren. Deze studie gaat na of dit inderdaad zo is en of deze open houding ook kinderen onder de twaalf jaar betreft. Onderzocht is welke aan seksualiteit gerelateerde thema’s ouders bespreken met kinderen van 4 tot 17 jaar, welke informatie zij op welke leeftijd belangrijk vinden, of ze zichzelf in staat achten om deze informatie te geven en hoe zij denken over de rol van school. Een representatieve groep van 789 vaders en 802 moeders tussen 20 en 68 jaar (M = 42.9, SD = 6.79) vulde een online vragenlijst in. De resultaten laten zien dat de open houding ten aanzien van seksualiteit vooral jongeren betreft. Bij kinderen van 4 tot 9 zijn verliefdheid op iemand van hetzelfde geslacht en voortplanting gevoelige thema’s, met kinderen van 8 tot 12 wordt door een minderheid van de ouders gesproken over seksueel gedrag of voorbehoedsmiddelen. Tien tot vijftien procent van de ouders wil ook liever niet dat de school deze informatie geeft. Relationele en seksuele vorming op de basisschool blijft van belang, omdat kinderen anders het risico lopen dat zij met gevoelens of situaties worden geconfronteerd, zonder over juiste en genuanceerde informatie te beschikken.

37 Niet elk kind is ontvankelijk voor vroegtijdige stimuleringsprogramma’s. De invloed van onderliggende factoren van schoolrijpheid in relatie tot voor- en vroegschoolse educatie
ONDERZOEK
Louis Tavecchio & Ron Oostdam
De afgelopen vijftien jaar zijn in Nederland diverse studies verricht naar de uitvoering en effectiviteit van programma’s op het gebied van de voor- en vroegschoolse educatie (VVE). De daarmee tot nu toe behaalde resultaten zijn teleurstellend. Ter verklaring voor het uitblijven van effecten is in de onderzoeksliteratuur onder meer herhaaldelijk gewezen op het belang van een goede implementatie en monitoring van het programma, op het relatief open karakter van sommige programma’s waardoor enorm veel variatie in de uitvoering ontstaat, en op het probleem om in alle opzichten goede vergelijkingsgroepen te vormen. Naast deze verklaringen wordt in dit artikel gewezen op een aantal in Nederland nog te weinig onderkende en onderzochte verklarende factoren. Het gaat daarbij om belangrijke variabelen in relatie tot schoolrijpheid (readiness for school), te weten de kwaliteit van leidster/leerkracht-kindinteracties, gedragsmatige aspecten als aanpassings- en gragsproblemen, en het belang van gezinsstructuur en gezinsopvoeding.

49 En de ouders zelf dan?
FORUM
Carolien Gravesteijn
Onze samenleving vraagt veel van ouders en verwacht dat zij in staat zijn het perfecte kind op te voeden. Hoe dit perfecte kind eruit ziet wordt ingevuld door deskundigen, wetenschappers, media en beleidsmakers. Opvoeden moet daarbij vooral leuk zijn en als er iets mis gaat met het kind wijst de samenleving bijna automatisch naar de ouders. Zij worden verantwoordelijk gehouden voor het gedrag en de prestaties van hun kinderen en moeten daartoe aan allerlei eisen voldoen. In boeken, tijdschriften, kranten en op websites kunnen ouders lezen wat goed voor hen is. Zo moeten zij bijvoorbeeld helder communiceren met kinderen, kritisch naar zichzelf kijken, de eigenaardigheden en taken van ieder kind ontdekken, zicht verwerven op de verschillen tussen jongens en meisjes en hier ook naar kunnen handelen (een greep uit het artikel ‘Modern ouderschap’ van Lauk Woltring en Christel de Lange, PIP februari 2011). Ook moeten ouders volgens onder anderen minister Plasterk (Volkskracht, 18 januari 2013) hun kinderen weer leren wat wel en wat niet mag. Evert de Vos, hoofdredacteur van J/M, vindt het vervolgens ”enorme onzin” dat een wetenschapper als Plasterk suggereert dat ouders niet meer kunnen opvoeden (Volkskracht, 18 januari 2013). Het gaat volgens hem goed met de opvoeding die ouders geven en (dus) met hun kinderen. En als kinderen problemen hebben, zo stelt Evert de Vos, dan ”hebben ze gewoon te weinig liefde gekregen.”

56 Goed onderwijs en de cultuur van het meten. Ethiek, politiek en democratie.
BOEKBESPREKING
Joop Berding
Gert Biesta, Den Haag: Boom/Lemma, 2012
Dit boek is een in samenwerking met onderwijsadviesbureau APS uitgebrachte vertaling van ‘Good education in an age of measurement (2010). Het vormt een welkome verrijking van het debat hier te lande over de vraag wat onder ‘goed onderwijs’ moet worden verstaan. Vanaf het begin van zijn betoog maakt Gert Biesta duidelijk dat dit een cruciale en tegelijk bijna onbeantwoordbare vraag is. Het is ook een ‘politieke’ vraag, politiek in de zin dat Biesta zich met het stellen ervan buiten de ‘orde’ van de inmiddels breed geaccepteerde ‘cultuur van het meten’ wil begeven. Het boek heeft daarmee een (cultureel) kritisch karakter maar kent ook een positief pedagogisch programma. In de Proloog buigt Biesta zich over (de vraag naar) de zin van onderwijs en constateert hij dat de vraag naar wat goed onderwijs is vrijwel volledig is verdwenen. Vandaag de dag gaat het debat voornamelijk over de effectiviteit en effici‘ntie van processen, en de (normatieve) ‘waarom’-vraag lijkt non-existent. Biesta wil een taal ontwikkelen die het voor professionals en onderzoekers mogelijk maakt weer zinvol te discussi‘ren over deze normatieve dimensie.

62 M.J. Langeveld. Pedagoog aan de hand van het kind.
BOEKBESPREKING
Wilna Meijer
Jaap Bos, Amsterdam: Boom, 2011
Het lijkt geen twijfel dat de Nederlandse pedagoog Langeveld (1905-1989) een biografie verdient, en al evenmin dat dat wel zo’n mooi vormgegeven, kloek boek met fotokatern als dit mag zijn. Langeveld was in de tweede helft van de vorige eeuw beeldbepalend in pedagogisch Nederland, niet alleen aan zijn eigen Utrechtse universiteit, maar ook aan andere universiteiten. Wie daar pedagogiek studeerde, kreeg geheid zijn ‘Btp’ te bestuderen, net als wie op een kweekschool of pedagogische academie zat. Die toen gangbare afkorting van zijn hoofdwerk, de ‘Beknopte theoretische pedagogiek’, geeft al aan dat het als een monument gold. Wie na het eerste jaar aan de universiteit algemene pedagogiek ging studeren, kreeg van het andere werk van Langeveld ook met de pedagogisch-psychologische en kind-antropologische publicaties te maken. Dat het voor pedagogen zaak was zich te verplaatsen en te verdiepen in de leefwereld van het kind, volgde direct uit de ‘Btp’. Het hart daarvan vormt de systematische, in mijn ogen nog altijd voorbeeldige, uitleg van het antinomische karakter van de opvoeding – een klassiek geesteswetenschappelijk idee. Langeveld belicht de balans die in de relatie tussen opvoeder en kind bewaard moet blijven wil van heuse opvoeding sprake zijn: er moet zowel aan de hulpeloosheid als aan het ‘zelf iemand willen zijn’ van het kind worden tegemoetgekomen. Gebeurt dit niet, slaat de balans in de ene of de andere richting door, dan ontstaat verwaarlozing (het kind te veel aan zichzelf overgelaten) of overbescherming (het kind in zijn hulpeloosheid bevestigd en klein gehouden). Opvoeding is het, in elke handelingssituatie opnieuw, goed treffen van die balans, in de typerende gerichtheid op de bevordering van zelfverantwoordelijke zelfbepaling, het aan opvoeding inherente doel. Zowel naar deze inhoud als naar de aard (de pedagogiek als praktische theorie) was het de, in het Duitse taalgebied bloeiende, om te beginnen maar even aangegeven wat ik als lezer van deze biografie die Langeveld naar hier bracht. Zo heb ik om te beginnen maar even aangegeven wat ik als lezer van deze biografie verwachtte tegen te komen, al was ik verder maar al te graag bereid me door veel nieuws te laten verrassen.

67 Making sense of education. Fifteen contemporary educational theorists in their own words.
BOEKBESPREKING
Wouter Pols
Gert J.J. Biesta (editor), Dordrecht: Springer, 2011
Toen in de jaren tachtig de pedagogiek in ons land definitief als een interdisciplinaire studie binnen de sociale wetenschappen werd opgenomen en opvoeding en onderwijs steeds meer vanuit psychologische, sociologische en economische concepten bestudeerd werd, ‘dook’ het pedagogisch gedachtegoed ‘onder’ in de opvoedingsfilosofie. Daarbij volgde ons land de ontwikkeling die in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk al veel eerder had plaats gevonden. De waardegeladen en praktijkrelevante (geestes)wetenschap die de pedagogiek daarvoor was geweest, ging men met terugwerkende kracht als opvoedingsfilosofie beschouwen. Haar (hermeneutische) benadering werd tegen andere, sociaal-wetenschappelijke benaderingen afgezet waardoor allerlei wetenschapstheoretische kwesties binnen de opvoedingsfilosofie een rol gingen spelen. Dat de opvoedingsfilosofie ook een broedplaats kan zijn van waardegeladen en praktijkrelevante pedagogische theorie‘n, of anders gezeg: een laboratorium voor het smeden van pedagogische concepten, kwam in ons land minder uit de verf. In ‘Making Sense of Education. Fifteen Contemporary Educational Theorists in their own Words’ staan die waardegeladen en praktijkrelevante pedagogische theorie‘n centraal. De bundel bevat vijftien artikelen die eerder in ‘Studies in Philosophy and Education gepubliceerd zijn.