Pedagogiek — Jrg. 32 (mei 2012) Nr. 1

3 Lectorale rede: Gezin in Gesprek Systeemgericht werken met jongeren en hun gezinnen
ONDERZOEK
Martine Noordegraaf
In
dit lectoraat wordt de nadruk gelegd op de systeemgerichte benadering. Dat heeft een aantal oorzaken, waarvan de eerste heel dicht bij ons hart en bij onze identiteit ligt. De mens is een relationeel wezen, niet gemaakt om alleen te zijn, niet gemaakt om onafhankelijk te zijn. In verbinding met anderen komen we tot onze bestemming. Ten tweede is er binnen de academie voor Sociale Studies een lange traditie van onderzoek naar- en een kennis van het gezin, het gezinsleven en het systematisch werken (zie bijvoorbeeld Kuiper & Dekker, 2007 en het Instituut Contextuele Benadering (ICB). Als laatste wil het lectoraat graag een verbindend geluid laten horen in het landschap van het sociaal werk waar empowerment en zelfhulp aan de orde van de (eenzijdige) dag zijn. Dit is ook een geluid richting de politiek, waar door een lang taboe op gezinsbeleid een ‘schrale openbare omgeving voor gezinnen’ is gecre‘erd. (Hooghiemstra, 2009, p. 30; zie ook Van der Veer, 2007).

1
3 De ontwikkeling van probleemgedrag bij pleegkinderen: een Vlaams longitudinaal onderzoek
ONDERZOEK
Johan Vanderfaillie, Frank van Holen, Skrallan De Maeyer, Femke Vanschoonlandt & Caroline Andries

De meeste kinderen hebben gedragsproblemen. De verwachting bestaat dikwijls dat het probleemgedrag zal afnemen als gevolg van de pleegzorgplaatsing. In de meeste studies neemt het probleemgedrag echter toe of blijft het stabiel. Onderzoek naar de ontwikkeling van probleemgedrag bij pleegkinderen is beperkt. In dit artikel rapporteren we over een longitudinaal onderzoek bij 49 pleegkinderen naar het verband van globale, contextuele, familiale en kindfactoren met een toename of een afname van het probleemgedrag. Na twee jaar hadden 18 pleegkinderen minder probleemgedrag. Een toename was voornamelijk geassocieerd met het gebruik van negatieve opvoedingsstrategie‘n door de pleegmoeders. Een afname hield verband met
meer ondersteunende opvoeding. Ondersteuning van pleegouders met het oog op een vermindering van het gebruik van negatieve opvoedingsstrategie‘n en een versterking van de ondersteunende opvoeding zou kunnen bijdragen aan een vermindering van het probleemgedrag bij pleegkinderen.

32 Gerelateerde ontwikkeling van externaliserend gedrag en opvoedgedrag bij kinderen en adolescenten
ONDERZOEK

Amarantha de Haand, Peter Prinzie & Maja Deković
Deze studie onderzocht hoe agressief/regeloverschrijdend gedrag en overreactief/warm opvoedgedrag zich gezamenlijk ontwikkeld van de kindertijd tot in de adolescentie (9-17 jaar). Resultaten suggereerden dat, hoewel jongens op negenjarige leeftijd meer externaliserend gedrag vertoonden dan meisjes, jongens en meisjes evenveel stegen in regeloverschrijdend gedrag en daalden in agressief gedrag. Moeders en vaders toonden enigszins ander opvoedgedrag bij jongens dan bij meisjes. Associaties waren specifiek voor de typen externaliserend gedrag en opvoedgedrag, maar niet voor meisjes en jongens, of moeders en vaders. Beginniveaus van agressie waren gerelateerd aan veranderingen in opvoedgedrag, en vice-versa. Verandering in externaliserend gedrag waren geassocieerd met veranderingen in opvoedgedrag. De resultaten duiden op wederkerige effecten tussen de ontwikkeling van externaliserend gedrag en opvoedgedrag.

51 Een beslissende levensfase: over de institutionalisering en professionalisering van de zorg voor jonge kinderen
ONDERZOEK
Nelleke Bakker

Overal in de Westerse wereld verhoogden kin
dwetenschappers omstreeks 1930 hun inspanningen om de vroege kindertijd te institutionaliseren. In Nederland kwam in 1929 een Congres voor Kleuterzorg bijeen op initiatief van jeugdartsen die verontrust waren over de hoge mortaliteit en morbiditeit onder jonge kinderen. Daar gaf men het startsein voor een proces van professionalisering van de zorg voor deze leeftijdsgroep. In dit artikel staat de vraag centraal welke zorgen dit proces hebben aangedreven en welke instituten en technieken zijn bevorderd door pioniers op dit terrein. In de crisisjaren zijn weinig nieuwe instituten tot stand gekomen, maar oude zijn aangepast aan de behoeften van kleuters, zoals consultatiebureaus en gezondheidskolonies. Elk van deze voorzieningen groeide snel. Tabellen, grafieken en toezicht op groei en ontwikkeling werden belangrijke technieken. Naarmate de fysieke gezondheid van kleuters verbeterde, verschoof de belangstelling naar geestelijke gezondheid en ontwikkeling. Het bevorderen van gezondheid bleef het centrale doel. De ontwikkelingspsychologie en psychoanalyse inspireerde tegelijkertijd tot een kijk op de vroege kindertijd als een van crisis en risico’s. Daardoor raakten experts er in toenemende mate van overtuigd dat jonge kinderen beter af waren in instellingen als dagverblijven en kleuterscholen dan thuis, een tendens die direct na de Tweede Wereldoorlog zou omkeren.

67 Pedagogische ondersteuning en de spilfunctie van het CJG. Uitdagingen voor gemeenten en professionals

ONDERZOEK
Marjolijn Distelbrink en Trees Pels

Nederlandse Gemeenten hebben de taak ouders en jeugdigen te bereiken met laagdrempelige opvoed- en opgroeisteun. Wat zijn uitdagingen die ze daarbij tegenkomen? Hoe ontwikkelt zich het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), dat hierin een centrale rol dient te spelen? In dit artikel bespreken we bevindingen uit een praktijkgericht onderzoek naar de ontwikkeling van het CJG in Amsterdam. Die verbeterpunten lijken cruciaal voor het functioneren van het CJG.
Punten die in de praktijk echter ook dilemma’s opleveren: het ontwikkelen van een visie op de pedagogische opdracht van het CJG, laagdrempelig werken en een structurele samenwerking met het voorveld van mensen en organisaties die dichtbij de gezinnen en jeugdigen staan. Juist door explicitering van een discussie over uitgangspunten kan het CJG zijn spilfunctie beter waarmaken.

82 Wandelaar zonder reisgids: De historisch pedagoog tussen puinhoop en vooruitgang
FORUM

Pieter Verstraete
Op het gevaar af de geschiedenis in te gaan als een fetisjist wil ik dit essay openen met een bekentenis: ik houd zielsveel van het verleden. Mijn liefdesverklaring voor datgene wat geweest is, heeft alles te maken met het feit dat het heden op het momnet dat het verleden wordt, ophoudt te bestaan. Het verdwijnt in de krioelende veelheid van het intermenselijke tekst, persoonlijke gebaren en bovenmenselijke gebeurtenissen. Of het nu wordt opgesloten in archieven, versteen
d tot afgebrokkelde ruines of als een vlucht wilde ganzen snaterend vervliegt met de zomerzon, op elk moment stort een onmetelijke hoeveelheid betekenis zich met een enorme kracht in dat eindeloze stuwmeer van de geschiedenis. Het oorverdovende lawaai waarmee de tijd zich naar beneden stort, contrasteert sterk met de stilte die als een vluchtige nevel boven dat historische meer hangt. Want is het niet zo dat alles wat we doen, alles wat we zeggen tot stilte wordt herleid? Zelfs de meest zoete woorden de meest banale gezegden en de gruwelijkste uitspraken verliezen hun directe kracht en kunnen enkel voortleven doordat hun echo door ons wordt opgevangen. Wat overblijft, is een moeilijk te beschrijven afwezig zijn, een stilte. Deze stilte is het die de historicus zichzelf tot taak heeft gemaakt, het is deze stilte die h/zij tot spreken wil brengen of beter, die h/zij op een respectvolle manier terug in onze wereld wil brengen. In dit essay wil ik de wijze waarop we dat doen van naderbij bekijken.

92 Opvoeden door beginners. De zin en onzin van opvoedingsadvies
R. van de Veer
Amsterdam: Balans, 2011

BOEKBESPREKING
Nelleke Bakker
Met ‘Opvoeden door
beginners’ wil de Leidse hoogleraar in de geschiedenis van de pedagogiek, RenŽ van der Veer, zijn lezers via relativering van hedendaagse wijsheden geruststellen. Die lezers zoekt hij in brede kring: van ‘nieuwbakken en onzekere’ ouders, via opa’s en oma’s en medewerkers van consultatiebureaus tot ‘ervaren’ pedagogen en ontwikkelingspsychologen. Anders dan de titel suggereert gaat het boek alleen over adviezen inzake de verzorging van zuigelingen. De herinnering aan de eigen onzekerheid als beginnende vader vormde het beginpunt van een zoektocht naar wat nu eigenlijk met zekerheid hierover valt te zeggen. Daartoe vergelijkt hij moderne met ‘oudere’ adviezen en Westerse met niet-Westerse praktijken en gaat na welke daarvan worden ondersteund door empirisch wetenschappelijk onderzoek. Die laatste exercitie moet zin en onzin in het opvoedingsadvies scheiden. In een vlotte stijl bespreekt het boek achtereenvolgens oude adviezen en al dan niet bereikte wetenschappelijke consensus op het vlak van zindelijkheid, slapen, voeding en huilen. Vooraf gaat een hoofdstuk waarin de auteur zijn uitgangspunten toelicht. Op het eind vat hij de les in betrekkelijkheid nog eens samen. Startpunt zijn de vragen: is er een enig juiste, ‘wellicht wetenschappelijke verantwoorde’ wijze van verzorging en opvoeding van jonge kinderen of kan iedere ouder een benadering kiezen die bij hem of haar past en kun je op dit terrein eigenlijk spreken van vooruitgang? Tegen de gewekte verwachting in, worden beide vragen feitelijk positief beantwoord.

96 Elementair begrip van de psychologische diagnostiek
J.J.F. ter Laak
Amsterdam: Pierson, 2011
BOEKBESPREKING

Bieuwe van der Meulen & Daphne van Loon
Dit omvangrijke en monumentale boek is het magnum opus van een erudiete ontwikkelingspsycholoog en methodoloog. Wij prijzen het boek aan als naslagwerk voor praktiserende gedragswetenschappers, die zich bekommeren om de kwaliteit van hun diagnostiek.
En als studieboek voor BAMA studenten psychologie en pedagogiek, mits begeleid door deskundige docenten. Het boek kent een fijne structuur, door logische en conditionele opbouw en de goede vindbaarheid van onderwerpen via de inhoudsopgave, margeaantekeningen, samenvattende boxen en definities. Ter Laak heeft de psychologische diagnostiek in uitsluitend de internationale literatuur ingebed en voorzien van een wetenschapstheoretische kader. Daarom heeft dit boek een ander allure dan andere diagnostiekboeken. Het is onmisbaar voor (de opleiding van) psychodiagnostici, die onvermijdelijk keuzen moeten maken en daarvoor een goed handboek als spil willen hanteren. De Engelstalige versie, (Psychological Assessemnet, in preparation), is uitgebreider en bruikbaar voor docenten die de Nederlandse versie willen toelichten.