Pedagogiek — Jrg. 31 (december 2011) Nr. 3

199 Philippe Aris’ ontdekking van het kind: een terugblik na vijftig jaar
ONDERZOEK
Jeroen J.H. Dekker & Leendert F. Groenendijk
In 2010 was het vijftig jaar geleden dat ‘L
Enfent et la vie familiale sous l’Ancien RŽgime’ van de Fransman Philippe Aris (1914-1984) verscheen. Het door Aris geconstrueerde perspectief op het ontstaan van moderne opvattingen over het kind(erlijke) en het gezin heeft grote invloed gehad op het onderzoek van sociaal historici, cultuurhistorici en beoefenaars van de historische pedagogiek. Zijn boek is, terugkijkend na vijftig jaar, een ‘eye opener’ voor de geschiedenis van de opvoeding en onderwijs geweest. Eigen onderzoek betreffende de pedagogisering van de leefwereld van kinderen en het ouderschap wordt daartoe ter adstructie aangevoerd.

216 De invloed van een rechtvaardige bejegening en een zekere hechtingsstijl op de studiemotivatie van scholieren
Peter Verboon, Karen Sebastian & Rolf van Geel
Het doel van deze studie is om te onderzoeken of de interactionele rechtvaardigheid zoals die door scholieren wordt ervaren van invloed is op hun betrokkenheid bij de school en of deze invloed sterker is naarmate scholieren onveiliger gehecht zijn. De studie is uitgevoerd door middel van een cross-sectioneel onderzoek op twee scholen. Scholieren binnen deze scholen werd gevraagd een korte vragenlijst in te vullen.


230 Ouderlijke onderwerping is geen wijsheid; Repliek Joep Zander op Forumbijdrage Ed Spruijt (Pedagogiek, 2, 2011)
FORUMBIJDRAGE
Joep Zander
Ed Spruijt (2011), die het verschijnsel ouderverstoting, onderzocht in opdracht van de Raad voor de Kinderbescherming (Spruijt, 2002, 2007), reageert onder de titel “Ouderlijke conflicten als bron van ouderverstoting” op mijn artikel in Pedagogiek (Zander, 2011). Met deze titel neemt hij een stelling in die haaks lijkt te staan op mijn opvatting dat ouderlijke conflicten juist voor een groot deel een basis vinden in een negatieve, denigrerende houding van maatschappelijke instituten naar ouders, vaders in het bijzonder. Een houding die een programmerende, vervreemdende invloed uitoefenen op de ouder-kind relatie.

234 De terugkeer van het gezag. Waarom kinderen niets meer leren
F. Furedi
Amsterdam: Meulenhoff, 2011
BOEKBESPREKING
Joop Berrding & Wouter Pols
De Britse socioloog Frank Furedi, die eerder van zich deed spreken met Waar zijn de intellectuele?’ (2006),
vervolgt zijn kritiek op de teloorgang van het intellectuele klimaat in zijn eigen land en meer in het algemeen in de westerse samenleving. In zijn recent verschenen ‘De terugkeer van het gezag. Waarom kinderen niets meer leren’ (2011) – een wat kromme vertaling van ‘Wasted’ (2009) – keert hij zich tegen wat hij noemt de ‘wegwerppedagogiek’. Die wegwerppedagogiek is volgens hem in het onderwijs dominant geworden en heeft ertoe geleid dat ‘kinderen niets meer leren’.

238
Reddende liefde. Het werk van de Heldringstichtingen in Zetten 1847-2010
O.W. Dubois
Hilversum: Verloren, 2010
BOEKBESPREKING
Annemieke van Drenth
Al geruime tijd is er veel aandacht voor de zorg voor kinderen in instellingen die opgezet en gedreven werden door religieuzen, met name door katholieken. De laatste onthullingen betreffen nu meer dan mishandeling en seksueel misbruik, namelijk een onverklaarbaar hoog sterftepercentage onder pupillen van het ‘gesticht
St. Joseph’ in het Limburgse Heel. Alhoewel deze zaak speelt in de jaren vijftig van de vorige eeuw, brengen de berichten het belang van het historisch onderzoek naar de geschiedenis van jeugdzorg en jeugdpsychiatrische instellingen in Nederland in de 19de en 20ste eeuw opnieuw in de belangstelling.

242 Helder denken. De routeplanner voor je brein
K. Kraaijeveld en S. Wuetsen
Antwerpen/Utrecht: Kosmos Uitgevers, 2010
BOEKBESPREKING

Els de Jong
In ‘Ik
denk niet na’, een bundel verzamelde columns, verhaalt de betreurde filosoof Lolle Nauta over de keren dat hij mensen ontmoet die, zodra ze horen dat hij wijsgeer is, met eng ontzag constateren ‘dat hij dan waarschijnlijk wel veel zal nadenken’ en hem daarbij aankijken alsof hij over een in zijn hoofd gelocaliseerde, mysterieuze gave beschikt. Nauta relativeert dat vermeend geheimzinnige vermogen nogal als hij schrijft dat er in zijn hoofd doorgaans niet veel gebeurt. Het meeste wat we doen, stelt hij, gaat op de automatische piloot. Kees Kraaijeveld en Suzanne Wuesten, directeuren van De Argumentenfabriek Denkacademie, hebben net als Nauta een prettige nuchtere opvatting over dat deftige vermogen van mensen, zo blijkt uit het recent verschenen ‘Helder Denken’. In deze ‘routeplanner voor je brein’ breken de auteurs een lans voor de leerbaarheid van gestructureerd nadenken en geven zij daartoe een aantal handvatten.