Pedagogiek — Jrg. 34 (mei 2014) Nr. 1

  3  Malieveld
COLUMN
Joep Bakker (Redactie Tijdschrift Pedagogiek)
Ik ben geen twitteraar, zal dat ook niet gauw worden. De 140 toegestane tekens dwingen je tot een formulering van boodschappen waarvan je bij het versturen al spijt kunt hebben.

5  Programma-integriteit en effectiviteit van EQUIP voor jongeren in justitiële jeugdinrichtingen in Nederland
ONDERZOEK
Petra Helmond, Daniel Brugman en Geertjan Overbeek
In de huidige studie hebben we de programma-integriteit – de mate waarin een interventie wordt uitgevoerd zoals bedoeld – en effectiviteit van de groepsinterventie EQUIP voor jongeren in justitiële jeugdinrichtingen (jji’s) onderzocht. Aan de studie hebben 115 jongeren van zes jji’s in Nederland en Vlaanderen deelgenomen. EQUIP bleek effectief in het neutraliseren van afnames in sociale vaardigheden en morele waarden die bij de controle groep werden gevonden. Echter, EQUIP bleek niet effectief in het verbeteren van sociale vaardigheden  en de morele ontwikkeling noch in het verminderen van cognitieve vertekeningen. Het EQUIP programma werd met een lage tot matige programma-integriteit uitgevoerd (M=55%). Programma-integriteit had geen modererende werking op de effectiviteit. EQUIP bleek even (in)effectief voor jongeren in de lage als in de matige programma-integriteitsgroep.

25  Kunnen leerlingen in het VO een rol spelen in het bepalen van hun leerplan?
Jeroen Bron en Wiel Veugelers
Studenten kunnen een rol spelen bij het bepalen van hun leerplan. Door voorstellen te formuleren voor het leerplan van hun klas oefenen studenten burgerschaps- en 21ste eeuwse vaardigheden. Ook maken ze gebruik van hun recht op inspraak. Dit artikel biedt een theoretische verkenning van de relatie tussen leerlingenparticipatie en onderwijsontwikkelingen als ‘student voice’, burgerschapsvorming en 21ste eeuwse vaardigheden en de plaats van deze participatie in leerplanontwikkeling. De resultaten van twee casestudies worden gepresenteerd. Daaruit blijkt dat leerlingen in het voortgezet onderwijs een bijdrage kunnen leveren aan het curriculum en dat die bijdrage de relevantie van het leerplan vergroot, maar de uitvoering soms bemoeilijkt. Door leerlingen te betrekken bij het bepalen van hun leerplan, passen zij burgerschaps- en 21ste eeuwse vaardigheden toe en fungeert de school als oefenplaats voor burgerschap.

42  Scholieren met bijbaantjes: een bedreiging of een troef? De mening van de leraar
Dries Berings, Dieter Verhaest, Stef Adriaenssens, Karin Proost en Anja Van den Broeck
In dit artikel wordt op basis van een peiling bij 251 leraren een beeld gegeven van hoe leraren in het secundair of voortgezet onderwijs staan tegenover leerlingenarbeid. Hun attitude ten aanzien van leerlingenarbeid wordt in verband gebracht met hun meer algemene affiniteit met ervaringsgericht leren en met leraar-, klas- en functiekenmerken. De resultaten tonen dat leraren zowel kansen als valkuilen zien. Toch is er een relatief overwicht van de argumenten  pro te aanzien van de argumenten tegen. De leraren zien in leerlingenarbeid mogelijkheden voor competentieontwikkeling en ook voor het opbouwen van realistische verwachtingen ten aanzien van werken. Oververmoeidheid als gevolg van het combineren van werken en naar school gaan zien ze als een reëel risico. De attitude ten aanzien van leerlingenarbeid verschilt sterk tussen de leraren. De lesanciënniteit en het vakgebied kunnen het verschil in attitude ten aanzien van leerlingenarbeid deels verklaren. Jonge leraren staan positiever tegenover leerlingenarbeid, wat voor een deel kan worden toegeschreven aan hun grotere affiniteit met ervaringsleren. De openheid van leraren ten opzichte van leerlingenarbeid kan gezien worden als een draagvlak om ‘buitenschools leren door werkervaring’ te verbinden met de vakgebonden of vakoverschrijdende eindtermen.

60  Een integraal kindcentrum als open leer- en ontwikkelingsgemeenschap; Tijd voor een samenhangende visie op opvoeding, educatie en opvang
FORUMBIJDRAGE
Ron Oostdam, Louis Tavecchio, Sanne Huijbregts, Kirsten Nøhr, Carine Ex
Veel landen in Europa zien zich voor de uitdaging geplaatst een samenhangend systeem te ontwikkelen waarin kinderopvang en onderwijs op elkaar zijn afgestemd en elkaar versterken. Ook in Nederland is een proces gaande waarbij basisonderwijs, kinderopvang, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang naar elkaar toegroeien. Dit vraagt om een samenhangende visie op opvoeding, educatie en opvang die praktisch gestalte kan krijgen in een Integraal Kind Centrum (IKC). Voor het welslagen van het IKC als waardevolle opvoedings- en ontwikkelingsomgeving is een team van goed opgeleid, gekwalificeerd personeel een absolute vereiste. Op hbo-niveau opgeleide pedagogen werken hierin samen met leerkrachten en pedagogische medewerkers. Sociaal-emotionele, motorische, cognitieve en creatieve ontwikkelingsgebieden en/of behoeften van kinderen vormen in deze teams steeds het uitgangspunt, waarbij pedagogen en leerkrachten de verschillende ontwikkelingsgebieden gezamenlijk vanuit hun eigen expertise stimuleren. Dit betekent dat de scheidingslijnen tussen de verschillende sectoren en bijbehorende opleidingen moeten worden geherdefinieerd. Wij zien het IKC als een open leer- en ontwikkelingsgemeenschap waar kinderen, leerkrachten, pedagogisch medewerkers, pedagogen en ouders met plezier naartoe komen. Om dit te realiseren moeten we over grenzen heen durven kijken. Onderwijs is meer dan onderwijzen, en kinderopvang is zoveel meer dan het ‘opvangen’ van kinderen. Hiervoor is een omslag in het denken en kijken naar deze sectoren noodzakelijk.

74  Boekbespreking
Wouter Pols
Bespreking van Gert J.J. Biesta, The beautiful risk of education. Boulder/London: Paradigm Publishers, 2014.