Meso Magazine — Jrg. 31 (februari 2011) Nr. 176

4 Do’s en don’ts van collegiale visitatie
Collegiale visitatie is ene krachtig instrument om binnen scholen kwaliteitszorg verder vorm te geven. Verschillende scholen en scholengroepen hebber er inmiddels ervaring mee opgedaan, zoals de acht scholen van de Gooise Scholen Federatie. Zij rondden onlangs een visitatieronde af. Een mooi moment voor Inge Krul, Nanny Schoenmakers en Nienke Wind om de lessons learned op te maken.

10 Regionale plannin van onderwijsvoorzieningen. Twee jaar ervaringen met de nieuwe wet.
Op basis van de experimentele beleidsregel over Regionale Arrangementen (RA) heeft het vortgezet onderwijs vanaf 2002 vijf jaar ervaring opgedaan met het regionaal plannen van onderwijsvoorzieningen. Het succes van deze regionale aanpak, waairn de besturen meer verantwoordelijkheid kregen voor de onderwijsvoorzieningen in de eigen regio, leidde in augustus 2008 tot wetelijke verankering in de Wet op het voortgezet onderwijs, met het zogenaamde Regionale Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO). Halverwege 2008 vroegen Mulder en Pit sich af of er nog wel wat viel te regelen, omdat in veel regio’s het vmbo door middel van de RA”s de programmatsiche infrastructuur op orde had. Nu, twee jaar later, concluderen zij dat er desondanks nog heel wat te regelen valt. In dit artikel laten zij zien wat het nieuwe RPO, dat in tegenstelling tot het RA voor het hele vo geldt, heeft toegevoegd.

16 De hernieuwde relevantie van docenstages
In de afgelopen jaren is een indrukwekkende reeks rapporten en artikelen aandacht besteed aan het belang van docentstages in het (voorbereidend) middelbaar beroepsonderwijs. Het lijkt erop dat er over docentstages meer wordt geschreven en gesproken dan dat ze feitelijk plaatsvinden. Immers, in de praktijk lopen maar weinig docenten stage. Hoe kunnen we dit veranderen? En wie moet dit doen? Daarover gaat dit artikel van Karel Kans.

22 Ruimte en vrijheid van schoolleiders. Verkennend onderzoek in het voortgezet onderwijs.
Schoolleiders ervaren de ruimte en vrijheid waarover zij beschikken nogal verschillend. Opvallend is dat deze verschillen weinig te maken hebben met de structuur van de school waaraan de scholleider is verbonden of met kenmerken van het schoolbestuur. Het lijkt er eerder op dat vooral de houding en achtergrond van de individuele leidinggevende bepaalt hoe hij met de geboden ruimte en vrijheid omgaat. Dat concludeert Marc van Dongen op basis van zijn verkennend onderzoek in het voortgezet onderwijs.

RUBRIEKEN

2 Redactioneel
9 S.G. de Trekvaart 9
15 Meso Column
28 Buitenlands nieuws
30 Boeken