Mensenkinderen — Jrg. 17 (mei 2002) Nr. 5

VASTE RUBRIEKEN

3 VAN DE REDACTIE

Kees Both

4 MENSEN IN HET WERK
Aandacht
Cath van der Linden

en op de achterkant ….. TOM

THEMA: LEREN OPNIEUW BEKEKEN

5 WERKEN AAN LEER- EN DENKDISPOSITIES
Waarom aandacht voor het leren leren en het leren denken?
Ferry van der Miesen
Intelligentie wordt vaak gezien als een gegeven dat elk mens in een bepaalde hoeveelheid meegekregen heeft. Den ken, denkgewoonten, kunnen echter ontwikkeld worden, kinderen zijn veel ‘leerbaarder’ dan lang is aangenomen. De kwaliteit van de interactie tussen kinderen en volwassenen neemt daarbij een sleutelpositie in. Het gaat daarbij zowel om iets wat je kan (beheersing vaardigheid), wat je voelt (aanvoelen wanneer je de vaardigheid moet inzet ten) en wat je wilt (de vaardigheid be wust en effectief willen inzetten). Dit wordt duidelijk gemaakt aan het onder zoek doen door kinderen en hoe dat ontwikkeld kan worden.

9 VRAAG HET DE DOZEN ZELF MAAR …………
Kenneth Hoskinsson en Kees Both
Een doos waar iets inzit, die niet opengemaakt mag worden en waarbij je zo goed mogelijk moet zien te benaderen wat er inzit: een activiteit die een zeer bruikbare bouwsteen vormt van leren onderzoeken door kinderen. Een herdruk van een artikel dat vele jaren geleden in Pedomorfose gepubliceerd werd.

12 IN WAGENSCHEINS VOETSTAPPEN (4) -GOUD MAKEN
Peter Buck en Bert Kalkman
Het onderzoekende, ‘socratische’, gesprek is een belangrijk middel voor zelfstandig leren denken, je samen verwonderen, zoeken naar taal die uitdrukt wat je ziet, voelt en denkt. De ‘onderwijskunst’ in de zin van Martin Wagenschein verwijst naar de esthetische kwaliteit van onderwijsprocessen. Dergelijke processen hebben veel tijd nodig en het vraagt om moed om die tijd ook te nemen. ‘Less is more’, niet het vele is goed, maar het goede is veel in het onderwijs: exemplarisch onderwijs. Dit alles en nog veel meer wordt besproken aan de hand van activiteiten van en met Pabo-studenten over ‘goud maken’. Een fraaie afsluiting van de reeks over de pedagogiek van Wagenschein.

17 HANDVATTEN VOOR WERELDORIèNTATIE VANUIT HET KIND
Ingrid Nagtzaam
Hoe kan je wereldori‘ntatie vanuit initiatieven van kinderen ontwikkelen en hen tegelijkertijd helpen om dat op een steeds betere wijze te doen, hen op een hoger plan van werken brengen? Het Freinet-onderwijs heeft daarvoor een aantal werkwijzen ontwikkeld, die voor Jenaplanscholen zeer bruikbaar zijn. Een beschrijving van de praktijk van een stamgroepsleidster met haar groep.

EN VERDER …

22 “WHAT IS IN THE NAME?” OVER SLEUTELBEGRIPPEN IN HET JENAPLANONDERWIJS (4)
-Klassenvergadering / Groepsoverleg
Ad Boes
De term klassenvergadering -afkomstig uit het Freinet-onderwijs- wordt ook wel in Jenaplanscholen gebruikt. Gesprekken in de kringen die er wat betreft inhoud en doelstelling het meest in de buurt komen zijn de plannings- en evaluatiekring. Het beste Jenaplanequivalent is echter ‘groepsoverleg’. Een verheldering van dit begrip, met het oog op de praktijk, net zoals andere in deze langlopende reeks over kernbegrippen van het Jenaplanconcept.

24 FRAM IS BOOS EN ABRI KOOS EEN ANDER…
Toos Suurmond
Boosheid is een belangrijk signaal, zowel voor degene die boos wordt als voor degene die het meemaakt of object van de boosheid is. Het is belangrijk om goed met boosheid te leren omgaan, zowel voor kinderen als voor opvoeders. Een artikel dat een goede basis kan vormen voor het gesprek tussen school en ouders en tevens een bijdrage aan de sociaal-emotionele vorming op school.