Kind en adolescent — Jrg. 41 (november 2020) nr. 4

Afscheid
Drs. Gerda Smid

Vroegsignalering van het risico op intensieve jeugdhulp voor preventieve doeleinden
Claudia van der Put, dr. Mark Assink, dr. Daan Schmitz, Jurian Kuyvenhoven, Arjan de Jager, Prof. dr. Geert Jan Stams, dr. Levi van Dam

In deze studie is onderzocht in hoeverre intensieve jeugdhulp kan worden voorspeld op grond van demografische, sociaaleconomische en justitiële risicofactoren om gezinnen met een verhoogd risico vroegtijdig in beeld te krijgen. Hiertoe werden CBS-gegevens van 131.532 jongeren uit Amsterdam geanalyseerd. Een cumulatie van risicofactoren bleek sterk voorspellend voor intensieve jeugdhulp 12 maanden na assessment van risicofactoren, waarbij het risico exponentieel steeg bij toename van het aantal risicofactoren. Bij aanwezigheid van vier of meer risicofactoren was het risico 10 keer hoger, en bij zes of meer risicofactoren was het risico 21 keer hoger dan wanneer geen risicofactoren aanwezig waren. De risico-indeling die middels een CHAID-analyse werd geconstrueerd liet zien dat – naast een cumulatie van risicofactoren – enkele specifieke factoren tot een verhoogd risico leiden, zoals justitiecontacten van de jongere en/of de ouders. Zowel de risico-indeling als alleen de cumulatie van risicofactoren kan als hulpmiddel worden gebruikt voor gerichtere inzet van preventieve interventies.
Vanuit het kind bezien: de rol van de moeder-kindrelatie in de ontwikkeling van psychopathologie na seksueel misbruik
MSc Anna Milius, Dr. Ivanka van Delft, Prof. dr. Catrin Finkenauer, MSc Thomas Pronk

In dit onderzoek is de kwaliteit van de moeder-kindrelatie en het verband met psychopathologie na seksueel misbruik onderzocht. Participanten waren 27 kinderen die seksueel misbruik hadden meegemaakt en 58 niet-misbruikte kinderen (7–16 jaar) en hun moeders. Kinderen vulden een vragenlijst in en voerden een impliciete-associatietest uit om de kwaliteit van de moeder-kindrelatie te meten. Moeders vulden een vragenlijst in betreffende psychopathologie van hun kind. Moeders van misbruikte kinderen rapporteerden meer psychopathologie dan moeders van niet-misbruikte kinderen. Er bleek geen verschil in kwaliteit van de moeder-kindrelatie. Een lagere kwaliteit van de moeder-kindrelatie, gemeten met de vragenlijst, hing samen met meer psychopathologie. De impliciete maat hing niet samen met psychopathologie. Deze verbanden waren gelijk voor misbruikte en niet-misbruikte kinderen. De kwaliteit van de moeder-kindrelatie lijkt de effecten van seksueel misbruik niet te bufferen. Verder onderzoek naar de betrouwbaarheid en validiteit van impliciete metingen van de moeder-kindrelatie is wenselijk.

SOLK bij jongeren: naar een uniforme begripsafbakening?
Vincent van den Eynde
Reactie op SOLK bij jongeren: naar een uniforme begripsafbakening?
Drs. Ingeborg Visser, Drs. Veerle Zegers, Drs. Hannah van der Linde, prof dr. Else de Haan
Terug naar de toekomst
Prof. dr. Geertjan Overbeek, Prof. dr. Hilde Colpin
Een comeback van opvattingen over ‘goed’ interventieonderzoek

Vaders vandaag
Prof. dr. Karla Van Leeuwen, Dr. Amaranta de Haan, Prof. dr. Bart Soenens

Seksualiteit
Dr. Leonieke Boendermaker, Dr. Laura Baams

Migratie en marginalisering
Dr. Gonneke W.J. M. Stevens

Doet minimal brain dysfunction zijn herintrede in de DSM-5 als neurobiologische ontwikkelingsstoornis?
Prof. dr. N. N. J. Rommelse

Classificeren is goed en handig, maar …
Dr. Erik J. Mulder, Drs. Marca Geeraets