Kind en adolescent — Jrg. 35 (2014) Nr. 3

Redactioneel: Hoe kunnen we de jeugdzorg ‘traumasensitiever’ maken?
Hans Grietens, Ramón Lindauer
Dit themanummer gaat over kinderen en jongeren die kampen met de gevolgen van chronisch trauma en focust in het bijzonder op kinderen die met jeugdzorg in aanraking komen: pleegkinderen, kinderen uit vluchtelingengezinnen, slachtoffers van kindermishandeling. We duiden met de term ‘trauma’ op een gebeurtenis die heel beangstigend is, (levens)gevaar inhoudt of gepaard gaat met geweld, en de gevolgen hiervan (www.nctsn.org). Een trauma wordt chronisch wanneer deze gebeurtenis zich over een langere tijdsperiode uitstrekt of zich herhaalt.

Seksueel misbruik van pleegkinderen in de periode 1945-2010: een kwalitatieve inhoudsanalyse van meldingen bij de commissie-Samson
Hans Grietens

In deze studie worden de meldingen over seksueel misbruik van pleegkinderen in pleeggezinnen geanalyseerd, die binnenkwamen bij de commissie-Samson. Doel was om misbruik in pleeggezinnen uit het (nabije) verleden te onderzoeken (periode 1945-2010). De onderzoeksvragen betroffen de context van uithuisplaatsing, aard en ernst van het misbruik, hoe pleegkinderen overleefden en bij wie ze het misbruik konden melden. Er werd een kwalitatieve inhoudsanalyse gemaakt van 140 meldingen over 149 slachtoffers. De resultaten lieten zien dat de context van uithuisplaatsing vooral werd bepaald door problemen bij de ouder of opvoeder(s). Het seksueel misbruik werd door veel slachtoffers ervaren als ernstig. De dader was vaak de pleegvader en de seksuele handelingen waren intrusief. Pleegkinderen overleefden vooral door middel van passieve strategieën. Vele slachtoffers meldden niets over het misbruik als kind. Vanaf de jaren tachtig werd meer gevolg gegeven aan meldingen en steeg het aantal aangiften bij politie en justitie. Deze studie geeft een eerste inzicht in het fenomeen ‘seksueel misbruik van pleegkinderen in pleegzorg’. Meer studies zijn nodig, in het bijzonder over karakteristieken van daders en gezinnen en gezinsprocessen en -dynamieken.

Traumatische gebeurtenissen en traumatische stresssymptomen bij pleegkinderen: een verkennende studie in Vlaanderen
Johan Vanderfaeillie, Femke Vanschoonlandt, Frank Van Holen, Skrallan De Maeyer, Marijke Robberechts
Het trauma-perspectief wordt steeds meer gehanteerd in het begrijpen van problemen in het functioneren van pleegkinderen. In dit artikel wordt gerapporteerd over de eerste Vlaamse studie vanuit dit perspectief.
Er wordt gebruikgemaakt van een systematische screening van pleegkinderen (tussen 3 en 18 jaar) in bijna alle Vlaamse pleegzorgdiensten. Via deze screening vulden pleegouders een Child Behavior Checklist in. De schalen ‘Post-traumatische stressproblemen’ en ‘Stressproblemen’ meten de traumatische stresssymptomen. Op basis van de aanmeldingsredenen, ingevuld in de vragenlijst voor pleegzorgbegeleiders, werden categorieën van traumatische gebeurtenissen onderscheiden.
Vijfentachtig procent van de pleegkinderen maakte minstens één traumatische gebeurtenis mee en 29 procent vertoonde traumatische stresssymptomen. Pleegkinderen die slachtoffer waren van verwaarlozing of fysieke mishandeling alsook pleegkinderen die meer traumatische gebeurtenissen meemaakten, vertoonden meer traumatische stresssymptomen. Bovendien vertoonden netwerkpleegkinderen minder traumatische stresssymptomen dan bestandspleegkinderen.
Dit onderzoek toonde dat het ook in Vlaanderen zinvol is om dit traumaperspectief te hanteren bij pleegkinderen.

De gevolgen van kindermishandeling vergeleken met eenmalig trauma: verschillen in traumatische stresssymptomen
Caroline S. Jonkman, Eva Verlinden, Eva A. Bolle, Frits Boer, Ramón J. L. Lindauer

De gevolgen van kindermishandeling lijken verder te reiken dan de huidige posttraumatische stresssymptomen en te verschillen van de gevolgen van eenmalige trauma’s. De huidige studie heeft tot doel deze assumpties te toetsen. De Trauma Symptom Checklist for Children (tscc) wordt gebruikt om op ptss-symptomen en traumagerelateerde symptomen te screenen, bij 253 kinderen. De Strengths and Difficulties Questionnaire (sdq) wordt gebruikt om niet-traumagerelateerde klachten te inventariseren. Kinderen blootgesteld aan een eenmalig trauma, laten ernstigere ptss-klachten en traumagerelateerde klachten zien. Niet-traumagerelateerde klachten zijn ernstiger bij kinderen blootgesteld aan kindermishandeling. Voor beide groepen geldt dat klinische ptss samenhangt met ernstigere mate van traumagerelateerde klachten. De waarschijnlijkheid dat kinderen aan de criteria van ptss voldoen, wordt minder wanneer trauma complexere vormen aanneemt. Dit is in lijn met onze veronderstelling dat, in tegenstelling tot de gevolgen van een eenmalig trauma, de gevolgen van kindermishandeling verder reiken dan de huidige ptss-symptomen.

Signaleren van posttraumatische stressklachten bij kinderen en adolescenten: betrouwbaarheid en validiteit van de screeningslijst CRIES-13
Eva Verlinden, Els P. M. van Meijel, Brent C. Opmeer, Renée Beer, Carlijn de Roos, Iva A. E. Bicanic, Francien Lamers-Winkelman, Miranda Olff, Frits Boer, Ramón J. L. Lindauer
Vroegtijdige signalering van posttraumatische stressstoornis (ptss) is van belang ter preventie van chronische problematiek en om kinderen tijdig en effectief te behandelen. De Children’s Revised Impact of Event Scale (cries-13) is een korte screeningslijst om ptss bij kinderen te signaleren. Deze studie heeft als doel de betrouwbaarheid en validiteit van de cries-13 te onderzoeken. De cries-13 is afgenomen bij 395 kinderen (7-18 jaar) die zijn blootgesteld aan een traumatiserende gebeurtenis. De Anxiety Disorders Interview Schedule for dsm-iv: Child and parent version (adis-c/p) is gebruikt voor het vaststellen van ptss. De interne consistentie en test-hertestbetrouwbaarheid van de cries-13 waren acceptabel tot goed. Een afkapwaarde van 30 of hoger bleek de beste balans te bieden tussen sensitiviteit en specificiteit, en leverde een correcte classificatie van 81% van alle kinderen op. De cries-13 is een betrouwbaar en valide instrument waarmee professionals posttraumatische stressklachten snel en eenvoudig kunnen herkennen en kinderen gerichter kunnen doorverwijzen voor aanvullende diagnostiek of een passende behandeling.

De Nederlandse versie van de Clinician-Administered PTSD Scale for Children and Adolescents
Julia Diehle, Carlijn de Roos, Frits Boer, Ramón J. L. Lindauer
Voor kinderen met een posttraumatische stressstoornis (ptss) zijn ‘evidence-based’ interventies beschikbaar. Om deze interventies efficiënt en effectief in te zetten is diagnostiek met betrouwbare en valide meetinstrumenten noodzakelijk. Daarom was het doel van de huidige studie om de Nederlandse versie van de Clinician-Administered ptsd Scale for Children and Adolescents (caps-ca) te valideren. Hiervoor zijn 112 kinderen in de leeftijd van 8 tot 18 jaar bij twee traumacentra gerekruteerd. Naast de caps-ca zijn verschillende vragenlijsten en een diagnostisch interview bij kinderen en ouders afgenomen. De Nederlandse versie van de caps-ca laat een even goede interne consistentie, interbeoordelaars betrouwbaarheid, convergente en divergente validiteit zien als de originele Engelse versie. Vergelijkbaar met de originele Engelse versie zijn de psychometrische eigenschappen voor kinderen ouder dan 13 jaar beter dan voor kinderen jonger dan 13. De Nederlandse caps-ca is even valide en betrouwbaar als de originele Engelse versie.

De effecten op traumatische stressproblemen van een pleegouderinterventie voor kinderen met externaliserende gedragsproblemen
Femke Vanschoonlandt, Johan Vanderfaeillie, Frank Van Holen, Skrallan De Maeyer, Marijke Robberechts
Ongeveer 60% van de pleegkinderen maakt traumatische gebeurtenissen mee en ongeveer één op de vier pleegkinderen heeft als gevolg hiervan traumatische stresssymptomen. In dit artikel gaan we na of een pleegouderinterventie ontwikkeld voor pleegkinderen met externaliserende gedragsproblemen ook effecten heeft op traumatische stressproblemen. De sim-module van Pleegouders Versterken in Opvoeden is gebaseerd op het sociaal-interactioneel model (Patterson, Reid, & Dishion, 1992) en op een model van belangrijke opvoedingsvaardigheden voor pleegkinderen van Schofield en Beek (2005). De effectiviteit van de interventie is onderzocht met een rct waarbij 30 pleeggezinnen de pleegouderinterventie kregen en 33 pleeggezinnen ‘care-as-usual’. De traumatische stressproblemen zijn voorafgaand aan de interventie, onmiddellijk erna en bij follow-up (drie maanden later) gemeten met de subschaal ‘traumatische stress’ van de Child Behavior Checklist (ingevuld door de pleegmoeder). Op korte termijn daalden de traumatische stressproblemen niet statistisch significant. De effectgrootte is klein (d= .35). Op lange termijn is de daling echter significant en is de effectgrootte matig (d= .77). De pleegouderinterventie komt tegemoet aan belangrijke opvoedingsvaardigheden die nodig zijn voor pleegkinderen met traumatische stressproblemen. De preliminaire evidentie voor de effectiviteit van de pleegouderinterventie op traumatische stressproblemen verantwoordt een verdere implementatie en onderzoek.

Multifamily Therapy met vluchtelingengezinnen: van oorlog naar veiligheid
Elisa van Ee, Irma M. Hein, Julia Bala, Trudy Mooren
Recente studies tonen steeds sterkere evidentie voor de relatie tussen ouderlijk trauma, de ouder-kindinteractie en de ontwikkeling van het kind. In dit artikel wordt de behandelmethodiek Multifamily Therapy (mft) voor multi-probleemgezinnen gepresenteerd en de toepassing in de populatie ernstig getraumatiseerde asielzoeker- en vluchtelingengezinnen met jonge kinderen beschreven. Bij deze doelgroep worden relatieproblemen en ontwikkelingsproblematiek geconstateerd. De behandeling is dan ook gericht op het versterken van ouderlijke competenties en hechtingsrelaties. Een eerste evaluatie van deze behandelmethode wordt beschreven middels dossierstudie en een klinische indruk van de evaluatiegesprekken met de deelnemers. Deze indrukken laten een positief beeld zien: bij afsluiting van de behandeling is de kwaliteit van de ouder-kindinteractie subjectief verbeterd en is de psychopathologie bij kinderen verminderd. Behandeling met mft bij vluchtelingen- en asielzoekersgezinnen met complexe problematiek na traumatisering is goed uitvoerbaar en veelbelovend, maar verdient verder onderzoek.

Slotbeschouwing – ‘Van traumasensitieve kennis naar traumasensitief handelen’
Ramón Lindauer, Hans Grietens
De prevalentiecijfers kindermishandeling liegen er niet om. In Nederland gaat het om 34 kinderen van de 1000 in de algemene bevolking (Alink e.a., 2011) en dan hebben we het niet over kinderen die in behandeling zijn van Jeugdzorg. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat er bij ongeveer 45% van de kinderen bij aanvang van een kinderen jeugdpsychiatrische diagnose sprake is van een vorm van kindermishandeling

Summaries