Kind en adolescent — Jrg. 34 (2013) Nr. 4

Verboden vrienden als verboden vruchten
L. Keijsers, S. Branje, S. T. Hawk, I. N. Defoe, T. Frijns, H. M. Koot, P. A. C. van Lier, W. Meeus
In deze longitudinale studie werd onderzocht of het verbieden van vriendschappen door ouders een effectieve strategie is om de invloed van delinquente vrienden tegen te gaan. 497 Nederlandse adolescenten (283 jongens, dertien jaar bij de eerste meting), hun beste vrienden en hun beide ouders vulden vragenlijsten in. Longitudinale ‘kruispad’-modellen toonden sterke effecten van omgang met delinquente vrienden op delinquentie van de adolescenten zelf. Het verbieden van vriendschappen door vaders of moeders hing samen met een toename in de omgang met delinquente vrienden, en hing indirect samen met meer delinquentie bij adolescenten. Deze resultaten suggereren dat verboden vrienden ‘verboden vruchten’ zouden kunnen worden, die bijdragen aan kleine criminaliteit bij adolescenten.

Wie profiteert van Taakspel? De effecten van Taakspel bij kinderen met verschillende risicoprofielen
J. L. Spilt, H. M. Koot, P. A. C. van Lier
Het doel van deze studie was te onderzoeken of groepen kinderen met verschillende risicoprofielen verschillend reageren op het universele, klassikale preventieprogramma Taakspel. Taakspel werd uitgevoerd in groep 3 en 4 als onderdeel van een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek waarin 759 basisschoolleerlingen participeerden. De invloed van Taakspel op de ontwikkeling van externaliserend en internaliserend probleemgedrag van groep 2 (voormeting) t/m groep 4 werd in kaart gebracht op basis van vier metingen. Op basis van combinaties van kindfactoren, relaties met leeftijdsgenoten, gezinsfactoren en maatschappelijke factoren werden zes subgroepen geïdentificeerd die verschillend waren wat betreft risicoprofiel aan het begin van de studie. Taakspel bleek effectief bij kinderen met een laag-risicoprofiel. Taakspel was ook effectief bij kinderen met emotionele problemen en bij kinderen die het slachtoffer van pesten waren. Taakspel was echter niet effectief bij kinderen met gezinsproblemen en bij kinderen met een combinatie van bovengemiddelde tot zeer hoge niveaus van gedrag- en sociale problemen voor aanvang van de interventie.

Tolken bij Multi Systeem Therapie (mst): barrière of brug?
J. Wilpert, J. E. van Horn, R. E. A. van der Rijken
Aan het gebruik van tolken in de ggz worden gunstige en ongunstige invloeden toegeschreven. Om mogelijke interferentie te beperken, beveelt Multi Systeem Therapie (mst) Services een restrictie van 10 procent tolkengebruik per caseload aan. Dit vormde de aanleiding om te onderzoeken of jongeren in mst-gezinnen waarbij een tolk werd gebruikt (‘Allochtoon met tolk’, n = 70) vaker opnieuw werden veroordeeld (algemene recidive) dan jongeren uit de groepen ‘Autochtoon’ (n = 109) en ‘Allochtoon zonder tolk’ (n = 213). Een ander doel van het onderzoek was om voorspellers voor algemene recidive te identificeren voor de totale groep. Uit de resultaten bleek dat jongeren uit de groep ‘Allochtoon met tolk’ niet vaker recidiveerden dan jongeren uit de andere groepen. Geslacht en eerdere veroordelingen bleken wel voorspellers voor recidive. De resultaten van het onderzoek wijzen erop dat het inzetten van een tolk bij mst-behandelingen geen negatief effect heeft op algemene recidive, maar dat er wel andere kenmerken van de jongeren zijn die mogelijk samenhangen met recidive.

Autismespectrumstoornissen: van DSM-IV-TR naar DSM-5
Jarymke Maljaars

Kunnen kinderen groeien door trauma?
Hans Grietens

Pronk I. (2013). Waarom ik geen strenge moeder ben (terwijl ik dat wel zou willen zijn).
Peter Prinzie 

Crott, A. (2013). Jongens zijn ’t. Van Pietje Bell tot probleemgeval.
Helma Koomen